|
Daar stond ik dan, met mijn sokken in het vochtige gras. Een toch wel behoorlijk gekromde hengel in de handen. De eerste vogels waren al ontwaakt en de ochtendmist trok in lange slierten over het water. Dauwdruppels vielen bij elke beweging van de vis van de hengel af en vormden kringen in het water voor mijn voeten. De vis zette koers richting een van de 5 palen die zich in dit water bevinden, meteen pakte ik met mijn linkerhand de hengel, net boven de molen, vast en zette (nog) meer kracht. De strak afgestelde slip van mijn ouwe getrouwe usa 4500 begon langzaam te lopen, ik remde hem af met m`n wijsvinger. De hengel vouwde nu helemaal dubbel. Dit ging fout aflopen als die vis niet gauw keerde. Het opperwezen was mij genadig die dag, want de vis keerde, tezamen met mijn kansen. De vis gooide het roer om en zwom schuin links naar mij toe, een grote boeggolf achterlatend. Links van me ging hij/zij nog wat op de bodem liggen mokken, maar het verzet werd steeds minder en spoedig kon ik hem/haar tot onder mijn voeten pompen, waar hij/zij nog even 8-tjes bleef zwemmen om vervolgens langzaam naar de oppervlakte te komen. De eerste blik die ik op de vis kon werpen was er meteen een die mijn hart een slag over liet slaan, want dat was hem, liverboy. Ik prevelde het zoveelste schietgebedje toen de vis weer aan de oppervlakte kwam, maar toen hij daar bleef liggen kon ik hem over het koord van het schepnet trekken en was hij van mij, althans voor even dan. Wat zag hij er zwaar uit met zijn hooggebouwde schubkarperlijf. Ik hees de vis op de kant en legde hem op de mat. Nu even gauw de weegzak pakken en.... Tuut, tuut, tuuuuuut, ik opende één oog, waarop meteen een zonnestraal vanuit het dakraam in mijn oog scheen. Verbaasd opende ik ook het andere oog en ramde hierna meteen met een harde knal de wekker uit. School bah, tenminste op een dag als deze. Ik plukte de schooltas van de grond en trok wat kleren aan. Een paar minuten later kwam ik gewassen en al beneden. Mompelde haast onverstaanbaar goedemorgen naar mijn ouders. En begon met het eten van mijn bord met muesli. Tijdens het eten begon ik uit verveling de doos van de muesli te lezen, waarop, met grote letters te lezen viel: MUESLI, VOOR EEN GOED BEBIN VAN DE DAG. Ik toverde een wat morbide glimlach op mijn gezicht. Even de tanden op elkaar Remco, want het is bijna zomervakantie dacht ik in mij zelf. "torpedo"
Hoe het begon: Ik was op een zomerdag in 1998 bij ons in een parkvijver aan het vissen, toen ik werd aangesproken door een jongen die zich voorstelde als Frans. Hij vertelde over een water waar hij wel eens viste en liet ten ondersteuning van zijn verhaal enkele foto`s zien van vissen die hij daar had gevangen. Een van deze vissen was een schub van door de 20-pond, een gewicht waar ik, op dat moment nog, van kon dromen. Er zouden zelfs nog enkele zwaarder vissen zwemmen, waaronder een hooggebouwde schub genaamd "liverboy" Een afspraak was snel gemaakt en enkele dagen later zaten we aan dit water. Het leuke is dat ik al vanaf mijn geboorte in Apeldoorn woon en dus (op dat moment) al 16 jaar lang op 5 minuten fietsen van een mooi viswater woonde zonder het zelf te wonen, maar dat was niet verwonderlijk, want de vijver ligt tussen hoge flats die het zicht op de plas vanaf de weg wegnemen. Het is met recht een water van tegenstelling met aan de ene kant een grote flat (drugsdealers etc.) en aan de andere kant een woonwagenkamp en met aan de ene zijkant van het water een basisschool en aan de andere bejaardenwoningen. Het water(tje) is 1,5 hectare groot en op nagenoeg alle plekken ondieper als 1 meter. Verder staan er 5 palen in en een grote steiger die tot éénderde van de breedte reikt. De palen werden vroeger gebruikt om er een boeienlijn aan vast te leggen, want het water was vroeger gebruikt als zwemplas. Door slecht onderhoud van het water is het helaas dichtgeslibd en het water is troebel geworden. Waar vroeger het strand lag prijkt nu een grote rietkraag die over de hele lengte van het grote stuk gaat. De trapjes die vroeger dienst deden om de mensen van het hoger gelegen pad naar het strand te brengen lopen nu gewoon het riet in, een wat troosteloos gezicht. Heden zitten er ongeveer 20 vissen op waaronder de "famous five" die bestaat uit: "de witte", "torpedo", "lipje", "Melvin`s vis" en "jewel". Overigens zijn alle 5 de vissen door ons zo genoemd en het is dus niet zo dat deze wereldberoemd zijn. Terug naar die eerste sessie met Frans, het was die bewuste dag warm, zeg maar gerust heet! Het water lag er stil bij en de vele eenden en meerkoeten dobberden doelloos op het water. Al na 2 uur vissen kreeg ik een haperende run op mijn rechterhengel, maar de vis loste meteen na de aanslag. Op het moment dat ik weer op nieuw had ingegooid stapte ik met mijn linkervoet boven op een wesp die het daar, begrijpelijker wijs, niet mee eens was en protesterend zijn angel omhoog stak. Een klein half uur later was de onderkant van mijn voet een beetje opgezwollen en lopen ging alleen nog maar als ik op de zijkant van mijn voet ging staan. Er werd dan ook besloten om de sessie te staken. Enkele weken later waren we weer terplekke, alleen nu hadden we de karperstokken niet bij ons, maar de winkle-pickers om wat brasempjes te belagen. Recht tegenover ons zat een karpervisser, maar die had nog niks gevangen. Een uurtje later rolde er een karper bij paal nr. 5 en in de volgende minuten kwam hij er nog enkele keren uit. Tot onze stomme verbazing maakte de man geen eens aanstalten om er naar toe te gooien, had ik nu maar m`n stokken bij me! Weer een uurtje later kraste de man op. Toen hij net weg was sloegen er in eens vlammen uit de container naast de flat aan de overkant v/h water, met als gevolg dat de brandweer en politie moest uitrukken. Ze waren nog geen halfuur weg of ze mochten alweer, want er stond een garagebox in de fik in de 2de flat. En of je het geloofd of niet ze waren drie kwartier weg toen ze alweer terplekke moesten zijn, want er stond een vrouw op de 2de flat die haar aanleg om te vliegen wou testen! Op de grond verzamelde een grote groep toeschouwers die haar toezongen: "laat maar vallen, want het komt er toch wel van" (doe maar, de bom). Hoezo rustig vissen! Om verschillende redenen viste ik er in 1998 bijna niet meer. De voornaamste was dat ik toen nog wedstrijden viste, je weet wel: lullig kleine visjes vangen met een véél te lange hengel. Seizoen 1999: In de zomer van 19999 stond een jeugdkamp met carpconnections op het (gruwel) park weddermeer op het programma. Achteraf gezien natuurlijk het ergste water waar je kan vissen, maar toen wist ik helemaal niks van visstandbeheer (niet dat ik nu een expert daarin ben, hoor, maar ik snap nu in ieder geval dat daar slechte dingen gebeuren!). Ondanks de verkeerde waterkeuze heb ik er verschrikkelijk veel geleerd en kan ik met recht zeggen dat ik er mijn huidige visserij voor een groot deel aan heb te danken (Koos, Thiemen en Jan, nogmaals bedankt!). Toen ik terug was in Nederland kon ik natuurlijk niet wachten om de geleerde dingen op mijn thuiswater in praktijk te brengen! Samen met Frans en Pascal kocht ik een grote emmer (scopex) boilies en voerden op een manier zoals we geleerd hadden. Die dag daarna spraken we af om 9 uur `s ochtends. En vol verwachting viel ik in slaap, om vervolgens de volgende ochtend dwars door de wekker heen te slapen en pas om 9:30 wakker te worden. Shit, verslapen! Snel aangekleed en de spullen gepakt. Om 10 uur was ik terplekke en nam de plek rechts van Pascal en Frans in. Zij hadden nog niks gevangen. Om 11 uur ving Pascal de eerste en dat was gelijk een grote, wat meteen een pb voor hem betekende! Een half uur later was ik aan de beurt, een stomende run op de rechterstok werd na een korte, maar zéér hevige spurt van mijn kant beantwoord. Meteen een massief en lomp tegengewicht aan de andere kant van de lijn, wat duidde op een goeie vis. Toen ik de vis binnenpompte liet hij een groot bellenspoor achter. En toen, op 20 meter uit de kant schoot zonder aanwijsbare reden de haak los, meteen gevolgd door een vrouwelijk geslachtsdeel dat 3 keer bleef galmen tussen de flats. Mij teleurgesteld achterlatend. Is dit mijn kans op Liverboy geweest? Is dit de reden dat ik hem nooit mocht vangen? Misschien, wie weet. Wat ik wel weet is dat ik na en uurtje treuren een herkansing kreeg, die een 16 pond zware spiegel opleverde. Een poosje later kregen we bezoek van Tinus, een man afkomstig van het woonwagenkamp die in zijn tijd iets (understatement) te veel anabolen heeft gehad en daardoor nogal bibbert. Als je niet beter wist zou je zeggen dat hij parkinson had. Zoals altijd op de voet gevolgd door zijn kleine (qua formaat meer een cavia eigenlijk) hond die continu in je kuiten bijt, die al net zo scheel is als zijn baasje. We luisterden Tinus zijn verhalen met verveling aan. Die verveling viel snel weg toen ik weer een run kreeg. Tijdens de dril stond Tinus wat achter mijn rug te klooien en deed net alsof hij mij in het water wou duwen. Toen hij een stap dichter naar mij toe stapte ging hij bovenop mijn boilie naald staan die ik zoals altijd in het gras had laten liggen. Hij tilde zijn voet op en keek naar het handvat van de naald dat tegen de onderkant van zijn badslipper zat aangedrukt en meteen rolde er een enorme brul van de pijn over het water heen. Met een ruk trok mij de naald weer uit zijn voet, gooide hem van zich af en hinkte weg, het hondje volgde keffend in zijn kielzog. Ik heb tot de dag van vandaag geen last meer van hem gehad en iedere keer als hij mij ziet fietst hij gewoon door! Ondertussen was de vis schepklaar en kon hij door een grinnikende Frans geschept worden. Het was een mooie schub die helaas net geen nieuw pb voor mij betekende. Later zouden we deze vis "de witte" noemen en zou hij gaan behoren tot de "famous five" van het water, overigens allen schubs. Enkele minuten later vond ik de boilienaald terug. Hij was helemaal verbogen en achter de weerhaak zat een pluisje afkomstig van Tinus zijn sok. Toen ik dit aan Frans en Pascal liet zien schoten we alle drie in een slappe lach. De volgende dag waren we weer paraat en kon ik er nog drie bijvangen, maar dit waren alle drie kleinere vissen. Na die tijd heb ik er nooit meer een sessie gehad van meer dan 2 beten per dag..... We spreken 2 december 1999: Ik lig op de bank voor de tv en kijk de weersvoorspelling voor die dag: een wind kracht 3 à 4 vanuit het zuidwesten. Recht het smalle stukje in dus! Altijd goed. Om 11 uur was ik terplekke. 5 uur ging er voorbij zonder actie en de tijdstip dat ik terug naar huis moest gaan voor eten naderde. Op het moment dat ik aan inpakken dacht werd ik opgeschrikt door een korte run. Klote meerkoeten hier ook! Dit is al de 4de keer vandaag dat zo`n rotbeest mijn boilies aanziet voor een maaltijd. Maar toen ik opkeek was er helemaal geen meerkoet te zien! VIS!!! Ik sloeg meteen aan, maar er was nauwelijks weerstand. Vuil aan de haak. Onder de kant begon het vuil te zwemmen, met andere woorden brasem! Althans dat dacht ik, want 2 immense rukken, waarbij de hengel bijna uit mijn handen werd getrokken brachten mij op andere ideeën. Dus toch karper! Even later kon ik hem landen, een schubkarper van 85 cm en meer als 20 pond. Mijn eerste twintiger! Jippie! Mijn beltegoed was weer eens op, dus moest ik iemand aan zien te houden. Opvallend hoe weinig mensen dan in eens een mobiel hebben! Dan maar naar huis om daar een fotograaf te halen. De vis lag inmiddels goed verstopt in de zak. Mijn broertje bleek er bij thuiskomst niet te zijn, maar mijn pa wou maar wat graag mee. Dus de mat en fototoestel in de auto en karren maar. Enkele weken later had ik mooie foto`s en een fijne herinnering aan deze sessie. Seizoen 2000: Zonder een winterstop te houden gingen we begin 2000 door waar we het jaar ervoor mee bezig waren: achter Liverboy aan zitten! We gingen zelfs zo ver dat we op een gegeven moment in een pak sneeuw van bijna 20 centimeter zaten, met ijspegels aan de hengels. De spoelen van mijn molens zaten vastgevroren net als de wieltjes in mijn piepers overigens (ik had toen nog knuckleheads). Hopen op een karper in de sneeuw. Enkele weken later was het zover, maar inmiddels was de sneeuw weg. Een mooie schub van 17 pond kwam me opwarmen. Ik viste nu eigenlijk ieder weekend op het water, toch zou het tot maart duren voordat ik weer een twintiger zou vangen.  11-03-2000: Een week voor mijn 17de verjaardag was ik weer eens terplekke, ditmaal weer alleen, want Frans zat aan het kanaal. De wind kwam weer eens vanuit het zuidwesten en bracht warmere lucht met zich mee. Om 11 uur zat ik compleet geïnstalleerd in het smalle stukje met alledrie mijn hengels tegen het riet aan. Omdat mijn derde hengel een kapot oog had en ter reparatie bij de hengelsportwinkel stond gebruikte ik nu een oude (holglas) penhengel die ik van een oom heb gehad als derde hengel. En, het zal je niet verbazen, het was die hengel die al na drie kwartier en fluiter opleverde. Met het hart in mijn keel griste ik de hengel van de steunen. De oude penhengel vouwde compleet dubbel. Wat zeg ik, alleen de kurken handgreep wees nog omhoog , de rest wees met een fraaie bocht naar beneden. Bij iedere beweging van de vis voelde ik het kurk buigen. MAGIC! Ondanks dat ik met de (slappe) hengel weinig kracht kon zetten had ik de vis al binnen een paar minuten onder de kant en kon ik hem al snel landen. In het water schatte ik hem op een pondje of 17, maar toen ik kracht zette om de vis uit het water te tillen kantelde hij en zag ik dat ik met een twintiger te maken had. Beter nog, ik had te maken met "lipje"! Meteen snelde er een hele meute kinderen tegemoet, dus onthaakte ik de vis en stopte hem meteen in de bewaarzak en wachtte tot de kinderen opgekrast waren om hem te wegen. Het bleek een nieuw pb te zijn. Een klein halfuurtje later kwam mijn (nog niets vermoedende) broertje aangefietst en konden er foto`s gemaakt worden en kon "lipje" zijn weg vervolgen. Ik had niet veel zin meer om die dag nog langer door te vissen, dus pakte ik in en fietste naar het kanaal, waar ik de felicitaties van Frans en Pascal ontving. In de daarop volgende maanden wist ik nog een aantal mooie vissen te landen, waaronder "jewel". Langzaam ging de winter over in de lente, die op zijn beurt de rietkragen en de bomen groen kleurde. Overal op het water zaten de eenden en de meerkoeten achter elkaar aan, gedreven door hun hormonen. Naast de steiger zat een jongen te karperen die mij nog onbekend was. Hij stelde zich voor als Melvin. Melvin woont op ongeveer 100 meter afstand van de vijver en was eigenlijk nog maar net begonnen met karperen, maar ik kon wel zien dat hij er in ieder geval het geduld voor had, want hij had al menig keer geblankt en had de hengels nog niet in de wilgen gehangen. Ik hielp hem wat op weg door hem wat onderlijntjes te geven en hem wat te vertellen over de vijver en zijn bewoners. En al snel was een afspraak gemaakt om samen te gaan vissen. Dus nu viste ik, zo`n beetje ieder weekend, afwisselend met Frans en Melvin op de vijver. De lente vloog voorbij en voor ik het wist was het weer zomervakantie. Ter afwisseling ging ik met mijn broertje een parkje bij ons in de buurt een beetje penvissen. Toen we een paar uur aan het vissen waren stapte er een man op ons af en al snel raakten we aan de babbel. Hij vroeg mij waar ik zoal viste en ik, goedgelovig als ik ben, vertelde over het watertje waar "liverboy" zwom. Ik zou hem al binnen een week terugzien, want toen ik het weekend daarna met Frans het pad naar de vijver op fietste zagen we dat aan de overkant een drietal aan het vissen was. Al snel bleek het om de man te gaan die ik de week ervoor had ontmoet tijdens het penvissen. Hij had gelijk maar 2 vismaten meegenomen en nu zaten ze daar met in het totaal 8 hengels te vissen, met een luid schallende radio naast zich. Even twijfelden we, maar we gingen toch ook maar aan de vijver zitten, want een echt alternatief hadden we ook niet. Al is 5 karpervissers op een plas van 1,5 hectare wel veel natuurlijk. We waren zo`n 2 uur aan het vissen toen de man aan de overkant een run kreeg. Hij sloeg véél te hard aan en begon te drillen. Frans liep erheen om te kijken om welke vis het ging. Toen Frans terplekke was begon de man luidruchtig op te scheppen over zijn visserij op de ijssel en hoe hij de vissen hier maar zwak vochtten in vergelijking tot de sterkere riviervissen. De man was nog niet uitgesproken of de vis koerste op een van de palen af. De man rende met de hengel in de hand achteruit om het tij te doen keren, maar het was al te laat. De vis vloog om de paal en met een droge knal brak de lijn. Drillen kan die l*l ook al niet dacht ik hardop. Frans was net teruggekeerd achter de hengels toen er bij ons onder de kant een vis tot twee keer toe draaide. Zoals ik al verteld heb laten de vissen in dit water zich maar zelden zien, maar als je ze ziet, gooi er dan maar naar toe, want de kans is groot dat ze het aas pakken. Frans liet zijn rechterhengel voorzichtig zakken op de plek waar de vis was bovengekomen en gooide er wat boiliekruim bij. Al na 5 minuten liep de hengel af. Het bleek te gaan om "dombo 2". De grootste spiegel van het water en een absolute prachtvis. Dombo 1 is een paar jaar geleden door de vissers die er toen visten verhuist naar het kanaal, omdat hij er gewoon veel te vaak uitkwam. Soms zelfs 2x in 12 uur. De vissers waren bang dat de vis vroeg of laat het slachtoffer zou worden van minder vakbekwame vissers. In de daarop volgende weken bleef ik voeren met mijn knaloranje tuttifrutti boilies. Toen ik langs de vijver fietste zag ik Peter zitten. We maakten even een babbeltje en terloops vertelde hij dat "liverboy" er voor het eerst in anderhalf jaar er weer was uitgekomen en wel gevangen door de man die ik over het water heb verteld. Ook vond hij het nodig om erbij te vertellen dat "liverboy" op de kant allemaal oranje boilieprut uitscheet! Driewerf f*ck! In de daarop volgende weken was het erg druk aan het water en iedereen blankte door toedoen van de plotselinge hengeldruk. Ik heb zelfs op een zomerdag 8 vissers geteld op anderhalf hectare! Ook ik blankte. Zelfs 10 keer op een rij! Aangezien er nu vooral overdag veel hengeldruk was besloot ik er weer eens een nachtje tegenaan te gooien. Melvin vergezelde mij. Al binnen 10 minuten ving Melvin de eerste, een schub van 17 pond dat beloofde wat. Zeker als je nagaat dat in de afgelopen weken door 8 verschillende vissers er slechts één vis gevangen was. Een uurtje of 2 later gevolgd door een grotere soortgenoot die een nieuw pb voor een dolgelukkige Melvin betekende. We doopten deze vis daarom "melvin`s vis". Laat in de nacht ving ook ik eindelijk weer een vis; een spiegel van 16 pond. De week daarop ging ik op vakantie met mijn ouders voor 3 weken. Toen ik terugkwam vertelden Frans en Melvin me dat ze een grote dode schub hadden zien liggen in het riet. Zeker een van de grootste van het water, maar ze konden niet zeggen om welke vis het ging. Het was in ieder geval een dikke geweest. De schrik sloeg mij om het hart, want het zou toch niet zo zijn dat "liverboy" dood was. De vis die al een hele tijd door mijn hoofd spookte was nu misschien echt een spook geworden. Ik zette de gedachte van mij af en ging verder met het water te bevissen. Het was intussen wat rustiger geworden aan de waterkant en door de gedaalde hengeldruk begon het al snel weer te lopen bij mij en een aantal mooie vissen verschenen in mijn fotoboek, maar de tijd verstreek en naarmate er meer vissen gevangen werden, kwamen er ook een aantal vissen uit die behoorden tot de top van het water. En hoe meer vissen uit die top gevangen werden, hoe meer kans er bestond dat de dode vis inderdaad "liverboy" was. 
22-10-2000: Peter en ik zaten weer eens aan het water. We hadden dit keer ervoor gekozen om naast de steiger te gaan zitten zodat Peter tegen de grote rietkraag aan kon vissen en ik tegen de steiger. Ik liet een hengel zakken voor het punt waar de steiger breder wordt en de andere 2 gooide ik net voorbij de steiger richting de 3de paal. De baitrunner van de hengel die pal tegen de steiger aan lag stond erg strak afgesteld om te voorkomen dat een aanbijtende karper de betonnen paal kon bereiken. We waren wat aan het keuvelen op het moment dat ik zag dat de wijzer op mijn horloge 11 uur aanwees. "Nu gaat het zo gebeuren, want het is 11 uur", zei ik tegen Peter, want zoals iedere visser die er de afgelopen 2 jaar heeft gevist kan beamen begint dan een aasperiode. En het leuke is dat ik al om 5 minuten over 11 gelijk kreeg. Een echt snoeiharde run op de hengel die tegen de steiger aanlag. Je moet weten dat het stekje waar ik zat nogal smal was en ik dus niet met de top van de hengel naar de stek kon wijzen en nu lag het aas dus op 90 graden ten opzichte van de top van de hengel. In combinatie met de strak afgestelde baitrunner kun je je waarschijnlijk wel voorstellen in wat voor bocht de hengel stond. Niet dat de vis aan de andere kant van de lijn rekening hield met de baitrunner, want hij trok met een razende vaart zo een paar meter van de spoel voor dat ik de hengel kon oppakken. De vis was al onder de steiger door gezwommen en sloeg een grote kolk aan de andere kant van de steiger. Om de vis weg te kunnen houden bij de palen onder de steiger zat er voor mij niets anders op dan op de steiger te gaan staan en de vis onder me door te pompen. Dit ging wonderwel goed en zonder dat de vis bij een van de betonnen palen kwam kreeg ik hem aan mijn kant van de steiger en kon ik hem zonder verdere problemen uit drillen. Het bleek te gaan om "torpedo" een prachtige, langgerekte schub (de 2de keer voor mij binnen een week!). Drie kwartier later kreeg ik 2 piepjes op dezelfde hengel (waar nu de baitrunner uitgeschakeld stond!), toen ik bij de hengel kwam zag ik de top wat stoten en dus sloeg ik aan. Meteen voelde ik een log gewicht aan de andere kant van de lijn. Na een paar minuten draaide de vis voor het eerst aan de oppervlakte en zag ik dat het ging om "dombo 2", een prachtige spiegel die ik nog nooit had mogen vangen. Wat volgde waren enkele spannende minuten met samengeknepen billen drillen. Natuurlijk schoot de lijn verschillende keren over de rugvin, wat altijd goed is voor een hartverzakking. Maar op deze dag zat alles me mee en even later kon ik hem over het koord van het net trekken. Nu hoefde ik alleen nog maar "de lange", "melvin`s vis" en "liverboy" te vangen. En of de laatste nog leefde werd met de dag onzekerder. Seizoen 2001: In het begin van 2001 begon ik met het bevissen van andere wateren. In de weinige keren dat ik terugkeerde naar het plasje leerde ik de familie Fiets kennen bestaande uit: pa Ruud en zijn zoons Robin en Mick. Dit waren alle 3 snoekvissers die eigenlijk net begonnen waren met karpervissen. Om ze op weg te helpen gaf ik ze wat onderlijntjes en vertelde ze welke boilie op dat moment goed ving. En al snel begonnen ook zij vis te vangen. Halverwege mei was er nog hevige consternatie toen een schoffie die in de flat woonde met een spinner verschillende plastic tassen had gevangen met een lading oude munten en sieraden erin. Vervolgens was hij met zijn vangst in de Apeldoornse Courant verschenen met een grote foto erbij waar op de vijver duidelijk te zien was. Dit had als gevolg dat er in de daarop volgende weken een grote groep mensen aan de slag ging met touwen en dreghaken om ook zo`n vangst te doen. Zo ook op de dag dat ik bij de familie Fiets aan het kijken was. Inmiddels wisten we dat de tassen met munten niet in deze vijver gevangen waren, maar in een van de nabijgelegen vijvers. Wij lachten dus in ons vuistje bij het zien van al die blankende goudzoekers. Wij wisten wel beter, want de enige schatten die er in dit water zijn hebben schubben en vinnen. Op een gegeven moment ving Ruud "lipje" de enige grote vis die er samen met "liverboy" er nog niet was uitgekomen na dat er die dooie schub had gelegen en werd het pijnlijk duidelijk dat ik "liverboy" nooit zou vangen. Mijn allereerste 'target' was overleden. Ik ging nog door om "de lange" en "melvin`s vis" te vangen, maar het echte fanatisme was er af. "De lange" zou ik ergens halverwege november 2002 weten te vangen. Ook wist ik in 2002 "de witte", "jewel" en "torpedo" te vangen. De enige grote vis die ik nu nog moet vangen is "melvin`s vis", maar ik denk niet dat ik daar nog fanatiek achter aan ga. Misschien dat ik in de toekomst nog af en toe een dagje op dit water vis om hem alsnog te vangen. Conclusie: Ik heb 3 seizoenen achter "liverboy" aangezeten en heb hem nooit mogen vangen. Het topgewicht van "liverboy"? 25 pond. Wat zeg je: 25 pond? Ga je 3 jaar van je leven achter een 25-pondertje aanzitten? (dit is nu de reactie bij een aantal mensen) Het antwoord daarop is: JA!!! Volmondig ja, want ik heb heel erg veel bijgeleerd aan dit water en heb er een aantal vismaten ontmoet. Ik heb er gewoon een leuke tijd gehad. Dat is toch gewoon belangrijker dan het aantal ponden wat je vangt. Dat is de reden dat ik bij geen van de 'grote' vissen gewichten heb genoemd. Want zeg nou zelf als je op voorhand geweten had dat er geen grote (al is dat natuurlijk relatief) vissen gevangen zouden worden in dit verhaal, had je het dan nog zo aandachtig gelezen? Ik ben inmiddels op andere wateren aan het vissen en heb daar al grotere vissen gevangen als op dat watertje, maar je zal mij nooit horen zeggen dat ik er mijn tijd verspild heb. Als ik al de tijd die ik in dit water heb gestoken in een ander water had gestopt dan had ik waarschijnlijk wel veel meer zwaardere vissen gevangen, maar of ik dan ook zo veel lol had gehad in mijn visserij als nu betwijfel ik. Want wat zegt het vangen van zware vis nou over jou als visser. Hoogstens dat je op een water vist waar ze daadwerkelijk voorkomen. Was ik een betere visser geweest als ik al die tijd in een ander water had gestoken en al een x-aantal dertigers had gevangen? Ik denk het niet. Want of je een goede karpervisser bent is niet afhankelijk van het aantal zware vissen dat je gevangen hebt, maar (naar mijn MENING) meer hoe je met je vangst om gaat, of je gepassioneerd en of je gewoon verstand van zaken hebt (lees: ervaring). Op dit moment bevis ik eigenlijk alleen maar wateren waar ik als enige of als een van de weinige aan het vissen ben. Dit zijn wateren waar waarschijnlijk weinig of geen dertigers zitten (dat is waarschijnlijk ook de reden dat ik er nagenoeg alleen ben). Nu zou ik natuurlijk op een van de grote-vissen-wateren bij ons in de buurt kunnen gaan vissen (lees: Bussloo), maar rust en plezier vind ik belangrijker dan meer pondjes. Al sluit ik niet uit dat ik er ooit zal vissen. 
Iedereen een goede vangst toegewenst! Remco Grit |