| »Naam: | Eddy Sterckx | | »Woonplaats: | Westerlo | | »Leeftijd: | 42 jaar | | »Opleiding/beroep: | Zelfstandig verkoper van aas |
Kun je iets vertellen over hoe en wanneer je met het karpervissen in aanraking bent gekomen. En kun je iets vertellen over die beginperiode? Ik kan me niet herinneren dat ik ooit niet gevist heb. Mijn vader nam me al van kindsbeen af mee naar de waterkant. Je zou kunnen zeggen dat ik er zowaar opgegroeid ben. Tot eind jaren 70 heb ik dus alles wat schubben heeft en in zoetwater leeft, fanatiek bevist. Dit was zowel voorn, brasem, paling, snoek, zelfs dwergmeervallen waar het bij mij in de buurt van krioelde, moesten eraan geloven. Hele nachten heb ik aan de waterkant doorgebracht om deze stekelige dingen te vangen. Het was me toen al te doen om de grotere exemplaren. Ook karpers belaagde ik in die tijd. Maar het fanatieke werk kwam er pas beginjaren 80. Op 4 kilometer van mijn ouderlijk huis, lag de Casseman. Dit is de vijver naast het Kempisch Kanaal tussen sas 7 en 8. Ik heb er me letterlijk en figuurlijk krom gevangen en het was de basis voor de verdere ontwikkeling als karpervisser. Ook de Lange Zillen, een 17 hectaren groot water, moest er binnen een aantal maanden aan geloven. En in deze maanden ving ik 3 maal de topvis van het water, 19 kilogram. Wetende dat dit een van de grootste karpers voor die tijd in België was, kan ik je verzekeren dat dit mij een enorm vertrouwen gaf. Vertrouwen is het belangrijkste in het karpervissen. Toen volgde het Kempisch, sas 7 en 8. Samen met 4 andere waren we er de eersten die er op karper visten. Al snel ving ik voor Belgische normen een aantal ongelooflijk grote vissen. Al snel werd ik een van de weinig gesponsorde vissers in België voor die tijd. De dag van vandaag ligt de sponsoring heel anders. Het gaat niet meer om de kunst van het vissen, maar alleen nog om de omvang van de vis. En als je een zestigponder vangt en je vertelt dat hij met een bepaald aas gevangen is, staan de sponsors zo voor je klaar. Waarom weet ik niet, want grote vissen staan niet garant voor de kwaliteit van het aas. Enfin, we waren even aan het afwijken. Het enige verschil met die tijd en nu, is dat we alles zelf moesten uitzoeken en er maar weinig informatie was over het karpervissen. Dat de karpers nu vandaag de dag moeilijker vangbaar zijn, durf ik niet met zekerheid te zeggen. Het enige verschil met nu is dat je je gezond verstand moet gebruiken. En dan valt het allemaal nog wel mee om je vissen te vangen. 
| Het enige verschil met nu is dat je je gezond verstand moet gebruiken |
Hoeveel waarde hecht je aan rigsystemen en kun je ons vertellen met wat voor rigs en systeems je zowel vist? Persoonlijk vind ik “aas en aasgewenning”, de vissen met vertrouwen op je aas laten azen, belangrijker dan de rig? Hier wijd ik een heel hoofdstuk aan in mijn boek. Voor wie het interesseert, zal je mijn boek moeten kopen want anders wordt dit interview te lang. Daar ik meestal voorvoer en ik de vissen hierdoor leer op de bodem te azen (zie”it’s my life”), vis ik meestal met een combirig. Deze rig gebruik ik al een aantal jaren met een enorm succes. Het stijve gedeelte hou ik op 20 centimeter, het soepele 7 centimeter en het belangrijkste van de rig, trouwens van alle rigs, de hair, is vanaf de haakbocht tot aan de boilie 1.5 centimeter. Dit is van zeer groot belang om de inhakingskans te bevorderen. De line aligner bestaat uit een 1.5 centimeter lange tube, dus geen krimpkous. De haken die ik gebruik moeten sterk, scherp en zo min mogelijk vis beschadigen. Voor de geïnteresseerden volgen hier 3 haken die ik je met 100 procent kan toevertrouwen: de long shank nr. 6 van PB, de super heavy c887 nr. 6 van Ashima en mijn favoriet de conceptor 5 nr. 6 van Pro-Line. Instant hecht ik meer belang aan mijn rig en in sommige gevallen gebruik ik de Withy pool-rig en soms ,heel soms, de wonder-rig ,maar dan mijn eigen versie. 
| Voor dergelijke grote vissen is een goede haak van groot belang |
Gebruik je vooral boilies of heb je meer vertrouwen in partikels, of beide? En waar let je op wat betreft aas, zoals bijvoorbeeld de onderscheiding homemade/readymades, vismeel/zoet en de verschillende grootte etc.? Met particles vis ik zelden of nooit. Dit heeft zo zijn redenen. De wateren die ik bevis bevatten meestal een goede populatie aan grote vissen. Door op deze wateren te voeren met particles lok ik te veel kleine vissen. En dit is nu juist wat ik niet wil. Ik heb jaren proeven gedaan met particles en op lange termijn blijkt steeds dat boilies meer grote vis vangen dan particles. Dat je er geen grote vis op zou vangen, hoor je mij natuurlijk ook niet zeggen. Maar op lange termijn gezien zijn boilies beter. Daar ik zelf verkoper ben van boilies hecht ik veel belang aan mijn aas. En het enige wat voor mij telt, is dat ik mijn klanten niet alleen een aas kan aanbieden dat goed vangt, maar dat ook gezond is voor onze vriend karper. Daar ik al meer dan 20 jaar gesponsord ben, heb ik al heel wat gezien op het vlak van aas. En wat ik geleerd heb, is dat we het niet moeten zoeken in een geurtje of een kleurtje, maar dat de boilies moeten afwijken qua ingrediënten, die zelden gebruikt worden. Dit was voor ons een doorbraak op het gebied van aas, de slechte smaak en geur van eieren uit de boilies te laten. Het komt misschien een klein beetje commercieel over en ik zweer uit het diepst van mijn hart dat ik dit niet uit commercieel oogpunt schrijf, maar puur uit ervaring! Toen ik de boilies zonder eieren en zonder het steeds gebruikte sojameel en met een afwijkend vismeel ging testen, gingen mijn vangsten de hoogte in en waande ik me terug in de tijd dat ik voor het eerst met boilies viste. Hierdoor ging ik ook meer op zoek naar ingrediënten die zelden in de visserij gebruikt worden (bijvoorbeeld monstercrabmeel). Buiten dit alles moet een boilie alles bevatten wat de karper nodig heeft. En dit zijn zowel eiwitten, vetten, koolhydraten, vitaminen en het bijzonderste, gezond zijn voor de karper. Dit alles is zeker op lange termijn een must. Zelf verkies ik vismeelboilies boven zoete. Gewoon omdat ze op langere termijn beter vangen. En ik bedoel hiermee dat je met een goed aas, jaren aan de slag kan, ze worden zelfs beter hoe langer je ermee voert en vist. Meestal vis ik zelf met 20 mm boilies. Deze zijn niet te groot, maar ook niet te klein. Kleiner vis ik zelden (ik wil niet voeren voor de brasem). Alleen instant of in de winter durf ik met een 15 mm boilie te vissen. Mijn presentatie pas ik dan ook aan. 2 a 3 10 mm op de hair, een snowman pop-up, 2 halve boilies of een 25 mm boilie tussen een bedje van 15 mm (of misschien wat particles of pellets). Dingen genoeg om te experimenteren. Over readymades kan ik kort zijn: ik vis er niet mee! 
| Klein aas in de winter |
Hoe pak je een (nieuw) water aan (technische aanpak zoals observeren, bodemstructuur etc.) en welke voermethode volg je? In mijn boek schrijf ik heel wat over voertechnieken die de laatste jaren voor mij het meest effectief zijn geweest. Nu is het moeilijk om ze hier nog eens allemaal te gaan beschrijven, maar een hiervan wil ik nog eens verduidelijken. De wateren die ik bevis hebben al heel wat gezien op het vlak van voeren. Daar er zowel grote als kleine karpers zitten wil ik mijn aas verspreiden over een oppervlakte van 50 bij 50 meter (en niet 50 vierkante meter zoals in mijn boek staat beschreven, een klein schoonheidsfoutje van de tekstverwerker). Over deze oppervlakte verspreid ik 8 kilo boilies die ik met een boot een voor een voer. Dus liggen de boilies een voor een verspreid. Omdat ik al jaren met hetzelfde aas voer, zijn de vissen gewend aan mijn aas. Wat wil ik met deze techniek bereiken? Simpel, gewoon meer grote vissen vangen? Door het aas over deze oppervlakte te verspreiden, maak ik de kleine en vissen die meestal in grotere groepen leven, minder attent dat er veel voedsel ligt. Door op deze voerstek 2 a 3 nachten te vissen, heb ik ooit een van mijn beste seizoenen beleefd. Dit was duidelijk voor mij een bewijs dat deze aanpak effectief was! De vissen aasden verspreid op mijn stek, ik verstoorde minder vis en maakt minder kans op een school kleinere vissen. Maar voor je al deze resultaten wil behalen, moet je het water grondig kennen. Het is dan belangrijk te weten hoe diep het is, zijn er plateaus of obstakels en ook de bodem is van belang: zacht, hard, kiezel of mosselen, alle dingen waar je rekening mee moet houden! Observeren doe ik voor 70 procent van mijn sessies. Door springende en rollende vissen gade te slaan, leer je al snel de trekroutes van de karper wat later van belang kan zijn. 
| De vissen zijn gewend aan mijn aas |
Hoe ziet je huidige visserij uit en wat voor wateren bevis je? Na 18 jaar wintervissen heb ik besloten het wat kalmer aan te doen in deze periode en me dan wat meer te concentreren op het voor- en najaar. Zoals blijkt, vis ik meestal op Belgische wateren met een bestand van behoorlijk wat dertigers en veertigers. Buiten een sessie in Luxemburg viste ik de laatste 10 jaar uitsluitend in eigen land. Wat heb je nog voor plannen in de toekomst? Ja zoals ik al zei vis ik de laatste 10 jaar uitsluitend in België. Hierdoor mis ik het avontuur van lange sessies. Alles weer uitzoeken op nieuwe wateren, het pionieren en het avontuur op Franse wateren, ja dat mis ik! En ik wil er dit jaar zeker een aantal weken op uit. Ook het streven naar een goed aas voor mijn klanten is voor mij een doel. | | 
| Een goed aas is van belang |
Hoe ben je op het idee gekomen een boek te gaan schrijven, hoe heb je dit ervaren en hoe zijn de reacties daarop geweest? De reden dat ik een boek geschreven heb, is dat ik veel gevraagd word om dialezingen te geven. Daar ik geen goede prater ben in een grote groep mensen, dacht ik:”Waarom zou ik mijn ervaringen niet in een boek neerschrijven?” Zo hoef ik het ze niet te vertellen, maar kunnen ze het lezen zo veel ze maar willen. Pas toen ik mijn uitgever Bein leerde kennen, werd de knoop doorgehakt. Wat je in mijn boek kan lezen, is mijn leven als karpervisser. Er wordt nergens doekjes om gewonden en al wat je moet weten als goed karpervisser staat er van A tot Z in beschreven. Je zal er beslist veel dingen in lezen die nog nooit eerder duidelijk beschreven zijn. Ook aan foto’s zal het duidelijk niet ontbreken, want er staan maar liefst 60 verschillende Belgische veertigers in. Het boek is geschreven door een karpervisser en dit zal al snel duidelijk zijn. Het leest makkelijk en is leerzaam. De reacties op mijn boek zijn buitengewoon goed en aan de verkoop te zien is het een groot succes. Het enige negatieve dat ik hoor is dat er teveel grote vissen aan bod komen, maar voor iedereen goed doen is heel moeilijk. 
| ''It's my life'' |
Aan wie zou jij de pen willen doorgeven en waarom? Aan Darwin, hij is iemand waar ik mezelf mee kan vergelijken. Het is een visser in hart en nieren en iemand met ook al meer dan 20 jaar ervaring. Hij is een van de eerste vissers van het Land van Ghow en heeft al heel wat grote vissen op zijn naam staan, dus zeker interessant om hem eens aan de tand te voelen. 
| Vriend Darwin met één van zijn betere vangsten |
Eddy Sterckx |