| »Naam: | Geert Ooms | | »Woonplaats: | Schoot - Tessenderlo (België) | | »Leeftijd: | 30 jaar | | »Opleiding/beroep: | maintenance teamleader |
Kun je iets vertellen over hoe en wanneer je met het karpervissen in aanraking bent gekomen. En kun je iets vertellen over die beginperiode? Op zeer jonge leeftijd ging ik met m’n vader vissen op oude veenplassen. Nadat m’n lijntje regelmatig aan flarden werd getrokken ging ik iets specifieker vissen met aangepaste materialen. De eerste jaren was dat vooral met een pennetje en zoete mais, daarna met de korst en dan pas met vastloodsystemen en boilies. Ondertussen is het 19 jaar geleden dat ik m’n visserij speciaal op karpers ging richten. Toen was er zo weinig bekend en moest je vaak alles zelf uitzoeken. Magazines en internetsites bestonden toen amper. Tegenwoordig wordt alles kant en klaar aangeleverd en is het heel wat makkelijker om informatie te verkrijgen. Na een jaar of drie gericht op karper vissen op die oude veenplassen, kwam ik terecht op een soort parkvijver, waar het leuk korstvissen was. Hier begon ik voor het eerst te experimenteren met rigs en aasaanbiedingen. Een leerrijke periode! 
Hoeveel waarde hecht je aan rigsystemen en kun je ons vertellen met wat voor rigs en systemen je zowel vist? Een goede rig is voor mij een rig die vrij standaard is en tegelijk toch aangepast aan de situatie. Het liefst hou ik alles tamelijk simpel. Mijn standaardrig bestaat uit een gecoate onderlijn, vrij lange gebogen krimpkous op de haak en een subtiel rubbertje op de haaksteel dat de hair op z’n plek moet houden. Net boven de krimpkous verwijder ik zo’n tweetal centimeter coating om de onderlijn op die plaats iets meer soepelheid te geven. Dit acht ik van groot belang om de haak goed te doen draaien/kantelen in de karperbek. Stiff rigs gebruik ik zelden of nooit. Regelmatig gebruik ik snowman rigs maar meestal is het een gewone boilie op de hair. Af en toe vis ik wel eens pop up, maar dan eerder in specifieke situaties. Ik geloof zelden in de ingewikkelde en omslachtige rigs. Volgens mij maak je jezelf het leven moeilijk door zulke rigs te gebruiken. Het is zinvoller om eens een andere manier van voeren, lichter materiaal of een andere tactische benadering te kiezen om een moeilijkere vis toch over de schepnetkoord te krijgen. Loodmontages bestaan vrijwel uitsluitend uit wartelloden, doorgaans aan een veilige loodclip. Tegenwoordig gebruik ik wel eens losse of schuivende loodmontages. Alles hangt steeds weer van de situatie af. 
Gebruik je vooral boilies of heb je meer vertrouwen in partikels, of beide? En waar let je op wat betreft aas, zoals bijvoorbeeld de onderscheiding homemade/readymades, vismeel/zoet en de verschillende grootte etc.? Meestal vis ik enkel met boilies. Om selectief te vissen gebruik ik vaak groot en vrij hard aas, zonder partikels of pellets. Je vangt op grote boilies misschien wel enkele vissen minder (hoewel ik daar niet altijd van overtuigd ben) maar je weet tenminste dat je niet om de haverklap een brasem moet binnentakelen. Het liefst zou ik steeds met 15mm boilies of zelfs kleiner vissen. Fijnere aasaanbiedingen zijn dan mogelijk en je kan meer losse aasjes voor een zelfde hoeveelheid voer voeren. Dit zijn de grootste voordelen van kleiner aas, maar de ongewenste mee-eters (brasem, winde, zeelt,..) maken het gebruik ervan vaak onmogelijk. In eigen land gebruik ik meestal diepvriesboilies, in het buitenland gaat er een minieme hoeveelheid bewaarmiddel in m’n aas. Echt negatief heb ik dat bewaarmiddel overigens nooit ervaren. Alle boilies draai ik nog steeds zelf, dan weet ik tenminste zeker dat de bereiding volgens de regels van de kunst verlopen is. Partikels gebruik ik slechts af en toe. Meestal gaat het dan over een handje hennep dat bijgevoerd wordt om een zeer specifieke reden (kleinere vissen de stek laten opkuisen). Tijgernoten belanden ook wel eens op m’n hair als dwergmeervalletjes het onmogelijk maken om met boilies te vissen. Pellets kunnen hun nut hebben maar ik heb ze zelfs niet standaard in huis. Ooit gebruikte ik pellets gemengd met uitgedroogde boilies. Die boilies waren zo droog dat ze de olie uit de pellets absorbeerden. Een topper tijdens warme Frankrijk sessies! 

Hoe pak je een (nieuw) water aan (technische aanpak zoals observeren, bodemstructuur etc.) en welke voermethode volg je? Voor ik ergens op een nieuw water start, ga ik eerst eens op verkenning. Zowel door de week als tijdens de weekends observeren of er iemand vist, hoeveel er gevoerd wordt en welke veelbelovende stekken er zijn, afhankelijk van wind en seizoen. Belangrijk is dat ik het water kan “voelen”. Als ik me ergens rustig en comfortabel voel, vis ik er meestal ook graag. De laatste jaren is de factor “ergens graag vertoeven” een belangrijk criterium geworden om een water uit te kiezen. Het feit dat een water grote vissen herbergt is natuurlijk handig meegenomen. Pas wanneer ik de basisinformatie verzameld heb ga ik peilen. Vaak kan dit geniepig ’s nachts vanuit de boot met fishfinder gebeuren, maar ook voerboot met dieptemeter en zelfs hengel en peildobber bieden vaak een uitkomst. Tijdens observaties merk je vaak waar vissen zich ophouden. Echter is dit niks om je blind op te staren. Interessanter kan het zijn om te zoeken naar mogelijke trekroutes en holding area’s. Het liefst vis ik op wateren met een harde bodem die voornamelijk uit fijn grind en zand bestaat. Dit zijn doorgaans heldere wateren waar je riggewijs vrij vlot wegkomt met standaard presentaties en je voer niet wegzinkt in de prut. Voeren gebeurt louter volgens de bezetting en de mate dat anderen voeren. Je moet namelijk steeds een goede inschatting kunnen maken van hoeveel karpers je aanvoert en of niemand anders dezelfde vissen al niet aan het voeren is. Bij waters met een goede bezetting durf ik tijdens bepaalde perioden tot 15 kilo boilies per voerbeurt voeren, terwijl het ’s winters of op plaatsen waar weinig karper rondzwemt beperkt blijft tot een kilootje of twee. Het liefst voer ik verspreid op verschillende stekken, meestal in de zones waarvan ik verwacht dat ze frequent bezocht worden door onze beschubde vrienden.  Hoe ziet je huidige visserij uit en wat voor wateren bevis je? Tegenwoordig vis ik in eigen land, per jaar, op twee of drie verschillende waters. Meestal zandwinningsplassen en kanalen. Over een gans jaar bekeken vis ik gemiddeld één tot twee nachten per week. Zo’n zes keer per jaar vis ik met m’n franse vismaat Laurent in Frankrijk. Daar bevissen we zowel grindgaten als rivieren en grote meren of barrages. De periodes januari - februari en juli - augustus ben ik zelden aan de waterkant te vinden. In het voorjaar, april –mei en najaar, september – oktober – november vis ik het vaakst. 
Wat heb je nog voor plannen in de toekomst? Minder werken en meer vissen! Naar Frankrijk verhuizen?! Momenteel zit dat er helaas niet in... Aan wie zou jij de pen willen doorgeven en waarom? Een goede vriend, Alben Zantinge. Hij is iemand die eerlijk en oprecht is. Een spontane en aangename kerel om mee om te gaan en een goed karpervisser. Moest hij bij mij in de buurt wonen, zouden we er heel wat vaker samen op uit trekken. 
Geert Ooms |