| »Naam: | Luc den Hert | | »Woonplaats: | Zaffelare | | »Leeftijd: | 48 jaar | | »Opleiding/beroep: | Werfleider bouw |
Kun je iets vertellen over hoe en wanneer je met het karpervissen in aanraking bent gekomen. En kun je iets vertellen over die beginperiode? Met vissen ben ik begonnen rond mijn 14e levensjaar. De meeste tijd spendeerde ik destijds met het vangen van voorn en brasem en later kwam daar paling en baars bij. Het was pas in het jaar ’74 (op 18 jarige leeftijd), toen mijn interesse om op karper te vissen op gang kwam. Het was destijds op een privé-water waar ik Louis Raymakers leerde kennen. Hij viste daar toen met patat en deeg op karper. Wanneer ik hem bezig zag, werd ik heel nieuwsgierig en wilde ook ik eens zo’n karper verschalken. Hij zag dat ik heel wat interesse had en nam me mee onder zijn vleugels. Al gauw bracht hij me de nodige informatie bij qua hengelmateriaal, montages en deegsamenstellingen. Binnen de kortste keren vlogen de aluminiumwakers tegen de hengels! Vissen van om en nabij de 5kg namen de favoriete trouvit deegballen gretig tot zich toe! Eenmaal de knepen onder de knie ging ik al eens op staatswateren in de buurt (Moervaart) vissen. Er was daar al van enige hengeldruk en dressuur sprake en dus lastiger om wat te vangen. Experimenteren met aas bracht leven in de brouwerij! Al gauw kwam ik qua vangsten boven mijn mede-karpervissers uit. het karpervirus had toegeslagen en meester over mij gemaakt. 
| | | 
|
Hoeveel waarde hecht je aan rigsystemen en kun je ons vertellen met wat voor rigs en systeems je zowel vist? Wat systemen betreft ben ik niet zo’n rigfreak. Ik heb natuurlijk zoals elke karpervisser wel wat geëxperimenteerd met allerhande montages. Zo heb ik vroeger met een systeem gevist dat destijds volledig haaks stond tegenover de theorie die men ons inlepelde. Alles draaide om het kanteleffect van de montage. Mijn rig bestond uit een langstelige en dundradige Kammasan A berdeen nr. 6 in combinatie met ongeveer 25cm Supersilk. Over het ene uiteinde wat als hair diende, werd een dun en hard silicone van ongeveer 1cm geschoven. De silicone werd vervolgens over de haakpunt tot aan de haakboog geschoven. Het was belangrijk dat dit silicone goed spande op de haaksteel! Met behulp van een naald werd er een gaatje in het midden van de silicone gemaakt alwaar de hair doorgetrokken werd. Dan een oogje in de hair leggen en de boilie oprijgen. Nu werd de hair zodanig op de haaksteel gedraaid dat de boilie knal tegen de achterkant van de haaksteel en tegen de haakboog spande. Het was een raar gezicht die rig. Van kanteleffect was hierbij geen sprake wanneer men deze rig over de vingers trok! Toch heb ik hiermee bergen vis gevangen en had weinig of geen last van losschieters! Met de beruchte rekker-rig heb ik ook een jaartje gevist. Ik heb dat jaar om en nabij 500(!!) vissen gevangen. Dat niet enkel de rig maar eerder mijn aas verantwoordelijk waren voor deze vangsten, staat als een paal boven water. De overschakeling van langstelige naar kortstelige haken kwam toen ik overstapte van nylon naar gevlochten hoofdlijnen. Langstelige bent-hooks en gevlochten lijnen staan garand voor losschieters. Heden ten dage vis ik in 80% van de gevallen met een semi-stijve onderlijn in combinatie met een line-aliner. Liggende haakboilies geven mijn voorkeur. Enkel in de winterperiode durf ik wel eens over te schakelen op een kritisch uitgebalanceerde snowman-pop-up, welke voor enige opschudding kan zorgen. Favoriete haken zijn: Ashima Heavy Carp nr. 8 en Gardner talon tip nr. 6/8. 
| | | 
|
Gebruik je vooral boilies of heb je meer vertrouwen in partikels, of beide? En waar let je op wat betreft aas, zoals bijvoorbeeld de onderscheiding homemade/readymades, vismeel/zoet en de verschillende grootte etc.? Aas is(voor mij althans) één van de belangrijkste factoren die bij het karpervissen aan bod komen. De keuze van het aas valt samen met het al dan niet slagen in onze opzet, namelijk: het vangen van karpers! Tot enkele jaren geleden gebruikte ik alleen boilies tijdens het vissen. Dat waren toen alleen maar zoete en fruitboilies. Neutrale mix verrijkt met wat extra gemalen pinda’s was mijn favoriet. Aangevuld met ongeveer 2ml flavour (pistache, scopex, tutti-frutti, sweet peanut) en 1 koffielepel appetite stimulator per ei en de nodige hoeveelheid sweetner, deden destijds de optonics meermaals overuren draaien! Wat ik héél belangrijk vind, is het feit dat een aas altijd vers moet zijn! Zo heb ik jaren aan een stuk dagelijks boilies gedraaid. Tijdens de zomermaanden vis ik dagelijks. Telkens als ik thuis kwam, na het vissen werd er een mix van 6 eieren gedraaid! Verser kan niet! De grootte van boilies? Geef mij maar kleine bollekes. Diameter 14/16mm vind ik een mooi formaat. Je kan er al wat meer mee voeren dan met die grote ''pingpongballen''. De laatste jaren ben ik overgeschakeld naar vismeel/spice boilies. Deze ben ik gaan combineren met partikels, veel partikels! Een mengeling van kempzaad, maïs en tijgers geven mijn voorkeur. Zowel ’s zomers als ’s winters gebruik ik de combinatie van boilies en partikels. Ik heb ondervonden dat door het gebruik van partikels je de vissen sneller en langer op de stek krijgt/houdt. Wat pellets betreft ben ik een regelmatige gebruiker van. Honderden kilo’s heb ik ervan gebruikt. Ondanks dat pellets met regelmaat ganse horden brasems op de stek brengt, vind ik dit toch een uitstekend aas om tussen de partikels en boilies te mengen. Ik ben altijd van mening: ‘zien eten, doet eten!’. Heden ten dage word ik op aasgebied heel goed in de watten gelegd! Ik word namelijk voor het eerst in mijn visserscarrière gesponsord. De aasfirma met name Pro-line voorziet me van het nodige aas. Alhoewel ik hoge eisen stel op gebied van aas, ben ik héél tevreden over het beschikbare aas dat Pro-line levert. Bewijs hiervan zijn de vele kapitale karpers die jaarlijks op dit aas sneuvelen! Nu ik me geen zorgen meer moet maken over mijn aas heb ik nog meer vistijd ter beschikking! 
|
Hoe pak je een (nieuw) water aan (technische aanpak zoals observeren, bodemstructuur etc.) en welke voermethode volg je? Indien ik een nieuw water ga aanpakken, tracht ik eerst enkele dagen vrij te maken om te observeren. Dat vind ik zeer belangrijk om jezelf een beeld te geven waar de vissen zich op bepaalde tijdstippen ophouden. Na verloop van tijd zie je dat er een bepaald stramien in zit. Eens ik dat door heb, bepaal ik waar ik zal beginnen. De beoogde stek wordt eerst grondig uitgepeild en de nodige notities worden gedaan. Op voorhand voeren doe ik zelden. Daar ik bijna elke dag vis, bouw je zodoen een stek op. Deze wordt naar gelang de tijd verstrekt, steeds productiever. De resultaten laten niet lang op zich wachten. Hoe ziet je huidige visserij uit en wat voor wateren bevis je? Ik vis veelal op stilstaande wateren en af en toe eens een kanaaltje. Ik heb ook het geluk om een klein privé-watertje te kunnen bevissen met een mooi bestand aan karpers. Het is daar een oase van rust (weinig of zelfs geen vissers) waardoor ik mijn ding kan doen zoals ik wil. Dit vind ik heel belangrijk! Het Provinciaal domein in Wachtebeke bevis ik ook nog steeds, maar niet meer zo frequent als vroeger. Ook de laatste jaren durf ik het Hollandse gebied eens op te zoeken. Wat heb je nog voor plannen in de toekomst? Dat ik nog lang gezond mag blijven en nog veel kan vissen! Dat is alles dat ik wens! Aan wie zou jij de pen willen doorgeven en waarom? Danny van de Weghe, omdat Danny een hele goede vriend is en omdat hij ook een grote inzet heeft wat karpervissen betreft. Luc den Hert |