| »Naam: | Piet Vogel | | »Woonplaats: | Amsterdam | | »Leeftijd: | 31-03-1961 | | »Opleiding/beroep: | Timmerman 10 jaar lang een aannemers bedrijf gehad. Helaas wegens gezondheidsredenen (reuma) daarmee moeten stoppen. Tegenwoordig fulltime karpervisser. Oprichter en mede eigenaar van een rigbedrijfje en consultant van de Firma Spro/Gamakatsu. | |
Kun je iets vertellen over hoe en wanneer je met het karpervissen in aanraking bent gekomen. En kun je iets vertellen over die beginperiode? Vissen is mij met de paplepel ingegoten. Mijn vader en moeder waren echte hengelsportliefhebbers en iedere zaterdag en zondag werden wij opgehaald door mijn 20 jaar oudere broer om ergens in Noord-Holland te gaan baarzen. De eerste herinnering die ik daarvan voor mij kan halen, was dat ik zo’n beetje vier jaar oud was. De hele week was ik dan al bezig om een hengeltje en een dobbertje zelf te maken. Zo’n hengeltje maakte ik dan bijvoorbeeld van een uitschuifbare antenne en de dobber meestal van een stukje kurk. De haken vond ik op de markt achter de visstal. Natuurlijk ging dat altijd mis en moest ik alsnog met een hengel van broerlief aan de gang, maar dat deerde mij niet. Deze visweekenden kwamen helaas ten einde toen mijn vader op mijn negende jaar overleed. Vanaf mijn tiende jaar mocht ik in het weekend vissen met mijn neef Piet die in die tijd een bekende snoekbaarsvisser was. Nou dat vond ik echt super, helemaal gek was ik daarvan. Snoekbaarzen deden wij op de Vecht bij Muiden of op het Amsterdamse IJ en dat gebeurde altijd met de pen en spiering. Ik was er echt verslaafd aan en dacht aan niets anders. Dat ging op een gegeven moment natuurlijk ten koste van mijn schooltijd die volgens mij veel te lang was. Na een tijdje kwam ik er achter dat het wel heel gemakkelijk was om een dagje te spijbelen. Zelf schreef ik dan een briefje en dat ging altijd goed. Leren ging mij heel gemakkelijk af en overgaan en daarna examens maken waren geen enkel probleem, alleen de grote aantallen verzuimdagen vielen op een gegeven moment op bij mijn moeder. Gelukkig kon ik haar als enig thuiswonend kind zonder vader alles op de mouw spelden. In 1978 kwam ik voor het eerst in aanraking met het karpervissen. Tijdens een weekendje op de camping bij een toenmalige vriendin kon ik met een paar bekenden van haar mee naar de karperput in Scharwoude. Deze ervaren putvissers visten met een vies ruikend deeg gemaakt van hondenbrokken gemengd met trouvit en brinta. Die avond ving ik op een snoekbaarshengel een karper van 61 cm en ik was meteen verkocht. Daarna heb ik daar een jaar lang gevist op alle mogelijke manieren: penvissen ‘s morgenvroeg voordat de meute arriveerde, daarna overschakelen op het afstandvissen en de laatste uurtjes gingen de korsten te water. De hele dag werd door mij benut, dan snel naar huis om de volgende dag weer als eerste aan het water te zijn. Op weg naar de put reed ik altijd over een sluisje van het IJsselmeer. Voor dat sluisje lag een mooie kom die rondom voorzien was van vrijstaande rietstengels. Op een warme dag stopte ik daar eens en keek vanaf de sluis de kom in. Zag ik dat nu goed? Zwom daar een groepje karper? Ja hoor midden in de kom zwom een schooltje karper en meteen smeedde ik een plan om daar te gaan vissen. Die stek heb ik twee jaar helemaal in mijn eentje kunnen bevissen en ik heb er de basis gelegd van mijn huidige karpervisserij. Het vissen deed ik daar met twee hengels. Eén op afstand met een hele aardappel en de tweede hengel met de pen strak tegen de rieten. In die twee jaar heb ik vele karpers gevangen maar het gewicht (tot 15 pond) bleef een beetje achter. Ik hoorde verhalen in de hengelsportwinkel dat er in Amsterdam West regelmatig vissen werden gevangen van meer dan twintig pond. Dat wilde ik ook en zo werd mijn ultieme karperwater ingeruild voor de lawaaierige Sloterplas in Amsterdam West. Tot op heden is dat water nog steeds mijn thuiswater. Hoeveel waarde hecht je aan rigsystemen en kun je ons vertellen met wat voor rigs en systeems je zowel vist? Een uitgebalanceerde rig heeft volgens mij op een zwaar bevist water absoluut meerwaarde. Die meerwaarde is misschien maar een paar procent, maar dat kan echter net genoeg zijn. Ook op een niet zwaar bevist water zal je rig echter moeten kloppen. Ik hecht veel waarde aan de materialen waaruit een rig bestaat en zorg ervoor dat de haak altijd goed zijn werk kan doen, namelijk prikken en vasthouden. Ik houd niet van onnodig moeilijke rigs en ben ook altijd bezig de door mij veel gebruikte rigs te vereenvoudigen. De rig die ik op dit moment het meest gebruik is een combi van afstripbaar onderlijnmateriaal. Materiaal zoals Green Hornet, Jellywire en Snakebite. Het stijve gedeelte van dit spul zorgt ervoor dat de rig niet snel tijdens het inwerpen in de war raakt. Het voorste stukje is minimaal vier centimeter tot de haak afgestript en is soepel genoeg om gemakkelijk door de karper opgezogen te kunnen worden en de haak makkelijk kan draaien. De lengte van mijn rigs wordt ter plekke aangepast aan de bodemstructuur en de te vissen afstand. Mijn favoriete haak is een semi longshank die goede draaieigenschappen heeft. Toch accentueer ik dat nog even (verleng) doormiddel van een stukje harde plastic rig tube die ik line aligner. Ik gebruik bijna nooit krimpkous omdat ik alleen maar overdag vis en dus nooit een brander bij me heb om even een fluitketel water op te zetten. Het harde stukje hard plastic tube (geen zachte silicone slang) vervangt de krimpkous moeiteloos. Een inline loodsysteem geniet mijn voorkeur omdat het directer druk zet op de haakpunt tijdens de eerste prik. Een wartel lood in combinatie met een loodclip geeft naar mijn idee te veel speling. Door die directe druk van het inline is het voor mij mogelijk om minder zwaar lood te gebruiken. Hierdoor kan ik ook weer een kleiner maatje haak monteren zonder dat een zwaar lood die tijdens de dril doet loswrikken. Ik weet zeker dat alle onderdelen van het zelfhakingssysteem elkaar kunnen beïnvloeden. Daar houd ik dus altijd rekening mee. Gebruik je vooral boilies of heb je meer vertrouwen in partikels, of beide? En waar let je op wat betreft aas, zoals bijvoorbeeld de onderscheiding homemade/readymades, vismeel/zoet en de verschillende grootte etc.? Partikels gebruik ik al jaren niet meer, want ik ben ervan overtuigd dat voeren en vissen met alleen boilies grotere vissen oplevert. Door de jaren heen heb ik altijd met readymade boilies gevist en ik ben er nog nooit door iemand afgevist zoals de homemade liefhebbers ons zo graag doen geloven. Ik geloof heilig in stekkeuze, een goudenboilie op een verkeerde stek zal nooit een vis opleveren maar een ‘slechte bal’ op een gouden stek wel! Al meer dan 15 jaar vis ik met Martin SB boilies en nog steeds vang ik er zeer goed mee. Mijn vertrouwen in zijn boilies is grenzeloos. Om de vissen te verwarren maak ik graag gebruik van meerdere formaten tegelijk zoals bijvoorbeeld 15, 20 en 25mm bollen. Zoet of vis maakt mij niet uit, ik kies naar aanleiding van het te bevissen water. Op een water waar ik last zou kunnen krijgen van kreeftjes, krabben of meerval kies ik voor een zoete boilie. Mijn favoriet voor Frankrijk is de Gebrande Noot. Hoe pak je een (nieuw) water aan (technische aanpak zoals observeren, bodemstructuur etc.) en welke voermethode volg je? Daar houd ik van, een nieuw en het liefst zo groot mogelijk water. Dat is waar ik mijn voldoening vandaan haal. Meestal vis ik de eerste dagen niet en vaar zoveel mogelijk rond met de dieptemeter. Op grote en vooral diepe meren zoek ik als eerste naar de ondieptes. Baaien waar het water tussen de bomen doorloopt genieten mijn voorkeur. Ik laat mij graag vanaf het begin van zo een baai drijven naar de kant en herhaal dat een aantal keren. Op die manier ben ik vaak karpers tegengekomen die dan net voor of tussen de bomen lagen te zonnen. Daar begin ik meestal met voeren en ga dan vissen na een keer of drie heel verspreid te hebben gevoerd. In die tussentijd ga ik door met het zoeken naar hotspots zoals bijvoorbeeld een plateau of een mooi uitgestrekt wierveld. Vang ik een vis dan zak ik hem altijd voor een paar uur om te zien wat de karper heeft gegeten. Daarna ga ik dan op zoek waar dat voedsel zich zou kunnen bevinden. Vind ik die plekken dan ben ik een grote stap verder, want een natuurlijke voedselplek is één van de beste stekken die ik zou kunnen bedenken. Even een voorbeeld: vorig jaar beviste ik een groot meer in Frankrijk waarvan de bodem vrijwel geheel bestond uit zachte modder. Gelukkig wist ik redelijk snel een vis te vangen en na het zakken bleek deze karper een groot aantal driehoeksmosseltjes te hebben gegeten. Driehoekmossellen groeien nu eenmaal niet in de prut en ik moest dus met een stok op zoek naar hardere stekken. Na een dagje prikken bleek dat één meter voor de rietkoppen van de talrijke baaien de bodem keihard was. Ik ben toen te water gegaan en heb er gevoeld met mijn voeten en merkte dat er heel veel stenen lagen die geheel bedekt waren met die driehoeksmosselen. Natuurlijk ben ik die koppen gaan bevissen en al snel bleek dat een goede beslissing. Twee hengels bleven op de modderstek en twee hengels verplaatste ik naar de harde stekken. In de vijf dagen die volgde ving ik 90% op de harde stekken daar zaten een aantal hele dikke vissen bij. Niet alleen deze voedselstekken zijn belangrijk, ook de hangplekken (holding area) en vooral de routes tussen de voedsellocatie en de hangplekken zijn echte topstekken.
| Van de harde plaat |
Hoe ziet je huidige visserij uit en wat voor wateren bevis je? Sinds drie jaar heb ik het nachtvissen zoveel mogelijk afgezworen. Als je zoals ik al 25 jaar lang in een tentje aan de waterkant slaapt, heb je dat op een gegeven moment wel gehad. Daar komt nog eens bij dat de jaartjes bij mij gaan tellen en het slapen op een bedchair niet echt bevorderlijk is voor mijn gezondheid. Ik vis alleen nog af en toe in Frankrijk een nachtje omdat het daar op sommige wateren niet mogelijk is om een paar dagen voor te voeren en vervolgens af te romen. Door de grote aantallen vissers die op de Franse wateren vissen, zit er dan altijd wel eentje net op de voerstek. Dit heb ik afgelopen sessie op een groot meer in het zuiden helaas ook weer ondervonden. Drie geleden heb ik mij ook ten doel gesteld om na jaren van pionieren en vissen in Frankrijk nu ook weer eens mijn thuiswater goed aan te pakken. Verder wilde ik ook heel graag een Nederlandse veertigponder vangen. Om het thuiswater goed aan te kunnen pakken heb ik gekozen om er uit een boot te gaan vissen om stekdressuur zoveel mogelijk te vermijden. Het tweede voordeel van het vissen op stekken die van de kant af bijna niet te bereiken zijn is dat je er ook mooi ongestoord kan voorvoeren. Nu twee en een half seizoen later bleek dat een gouden beslissing. Al heeft de climax op zich laten wachten tot een mooie novemberdag vorig jaar. Die dag ving ik twee veertigers achter elkaar, toen de één net was uitgedrild en in het schepnet lag diende de tweede zich aan op de andere hengel. Inmiddels heb ik zeker 90% van de topvissen gevangen met daarbij drie van de vijf veertigers. Ook de twee andere bekende veertigers heb ik al gevangen alleen niet op hun top gewicht. De weegklok bleef bij deze toppers net onder die magische grens steken. Door dit resultaat is de drive op het thuis water dit jaar een stuk minder omdat ik nu wel erg veel dubbele vissen vang. Toch blijf ik er wel terugkomen omdat het vissen daar vanuit de boot gewoon heerlijk is om te doen. | |
| Net onder de magische grens | | |
| Huidige visserij |
Wat heb je nog voor plannen in de toekomst? Dit seizoen wilde ik de boot meenemen naar Frankrijk en dan op dezelfde manier gaan vissen als ik op het thuiswater had gedaan. Helaas liep het niet zoals verwacht omdat ik heel veel last kreeg van mijn reuma. Hierdoor is het voor mij niet mogelijk om de boot op diverse wateren te traileren en mijn steekstokken te gebruiken. Ik hoop dat het tijdens het seizoen nog wat beter wordt en ik in het najaar de boot nog kan inzetten op een groot Frans meer. Mijn grootste droom is te gaan wonen aan een rivier in Frankrijk en daar heerlijk overdag te kunnen vissen. Esther (mijn vrouw) en ik zijn al een tijdje bezig een mooie locatie uit te zoeken en ik heb goede hoop dat wij over een jaartje of twee die droom kunnen verwezenlijken.
| Magie van het grote water |
Aan wie zou jij de pen willen doorgeven en waarom? Ik geef de pen bij deze door aan mijn vismaat Koen Koops, omdat ik vind dat deze ras Amsterdammer zeer goed bezig is. Daarbij kan hij hetgeen wat hij doet heel analistisch op papier zetten. Piet Vogel |