| »Naam: | Richard van den Bos | | »Woonplaats: | Uitgeest | | »Leeftijd: | 37 | | »School/beroep: | Bioloog, beleidsmedewerker interProvinciale Organisatie Sportvisserij (de belangenorganisatie van de federaties NoordWest Nederland, Gooi en Eemland e.o. en Randmeren) |
Kun je iets vertellen over hoe en wanneer je met het karpervissen in aanraking bent gekomen. En kun je iets vertellen over die beginperiode? Natuurlijk, maar laat ik eerst even zeggen dat ik het leuk vind dat Roelof mij de pen doorgeeft. Roelof heb ik leren kennen toen hij in het bestuur van de KSN kwam en hield-ie zich de eerste vergadering nog wat op de vlakte, op de tweede vergadering al stootte hij Marco Kraal naar de kroon waar het ging om het laten van onwelriekende winden en het zo goed mogelijk profiteren van de halverwege de avond geserveerde bittergarnituur! Maar zonder gein, Roelof is een topvisser met een ongeëvenaard gevoel voor humor. Iemand die sinds ik hem ken nog altijd geregeld enorme vissen vangt, in een land waarvan iedereen vroeger zei dat er geen grote karpers zaten. Ik ben blij nog af en toe van hem te horen, al is het dan via een meestal vunzig mailtje. Mijn eerste vis ving ik 31 jaar geleden, toen ik zes jaar was: een karper! Ik zat met mijn vader en broertje te vissen in het Wijkeroogpark in Velsen-Noord, dat deden we ’s zomers regelmatig na het eten. Mijn broer en ik hadden allebei een bamboehengel van drie meter, die hadden we net gekocht, en ik weet nog dat ik er een geel-zwarte dobber aan had met een witte antenne en een rood puntje. Verder 35/00 en een goudkleurig Limmerick haakje. Mijn vader gaf ons de keuze tussen worm of aardappel als aas. Ik koos voor aardappel, en met behulp van pa legde ik de dobber naast een rietkraagje. De magie die van dat rood-witte stukje hout in het dikke groene water uitging, was ongekend! Trouwens, we lieten de complete antenne en de gele bovenkant van het drijflichaam boven water uitsteken, dan kon je ‘m goed zien… Maar op een zeker moment was de hele boel in één ruk onder water verdwenen, gaf ik een zwiep omhoog met mijn hengel en volgde een heftige touwtrekkerij met veel geplons en vette kolken die uiteindelijk in mijn voordeel beslecht werd.
| De eerste échte! Vaste hengel en drijvend brood, 16 honderdste Platil extra sterk... |
Ik denk dat daar de kiem al gelegd was, maar ik viste tot ik een jaar of 13 was natuurlijk op alles. Mijn logboeken beginnen in 1980 en je ziet dat zo vanaf 1982 (ik was toen 14) karper echt de belangrijkste vis wordt. En meteen ook het belangrijkste in mijn hele leven voor de daaropvolgende 15, 16 jaar. Ik kreeg toen een vismaat, André Baars, waarmee ik veel in dat Wijkeroogpark viste maar ook – het échte werk – in de Beverwijkse stadsvijvers met steunen en een waker. In 1983 bouwde ik mijn eerste karperhengel, een Jack Hilton medium taper. De lak was nog niet eens goed droog toen ik daarmee naar het Noordzeekanaal toog. Daar zou ook karper zitten en dat boeide me mateloos. De eerste paar maanden zag ik geen spoor van karper maar dat deerde me niks. Uit de boeken van Jan B. de Winter en Rini Groothuis wist ik dat dat normaal was. Uit die boeken, en uit het blad Vissport, leerden we trouwens het meeste. De enkele karpervissers die we toen tegenkwamen, waren namelijk absoluut niet mededeelzaam! Aassoorten waren top-secret en als je al in de buurt van zo’n specialist kwam, zorgde zijn blik meestal dat je rechtsomkeert maakte! Niet helemaal onbegrijpelijk trouwens, die geheimzinnigheid. Stel je voor – moeilijk vandaag de dag - dat je als eerste en enige op een water met blikmais zit te vissen. Je vangt je helemaal gek terwijl niemand mais nog kent als aassoort, dan sta je echt niet te springen om dat wereldkundig te maken!
| Twentekanaal 1984... |
Hoeveel waarde hecht je aan rigsystemen en kun je ons vertellen met wat voor rigs en systeems je zowel vist? Ik ben een aanhanger van ‘licht en los’. Bijna altijd gebruik ik schuivend lood en zo zwaar als nodig om de afstand te halen en de boel op z’n plek te houden. Vaak 15 tot 40 gram. Aan uitvaren – hoe efficiënt ook – heb ik een bloedhekel. Ik beleef veel meer plezier aan mijn visserij als ik kan gooien. Verder kleine haakjes en lange hairs. Tot 25/00 een nylon onderlijn en Drennan Super Specialist haak 8 of 10, daarboven gevlochten lijn en een Ashima C 310 maat 6 of voor zachte bekken en/of harder trekken een Drennan Continental Boiliehook maat 6. Bij gevlochten onderlijnen gebruik ik altijd een line aligner. Die gevlochten onderlijn mag vandaag de dag wel wat minder soepel zijn dan vroeger. Uit de zeevisserij heb ik wel geleerd dat het belangrijker is dat de boel er netjes bij ligt dan dat je haaklijn enorm soepel is. En die twee gaan dus lang niet altijd goed samen! Lichte swingers, maar wel wat tegendruk op de lijn. Ooit stapte ik over op dat lichte schuifsysteem op zwaar gedresseerd water maar al snel ontdekte ik dat ’t ook op minder bevist water gewoon uitstekend werkte. En ook vandaag de dag nog zie ik dat op stevig bevist water 24/00 rechtstreeks naar een haakje 10 en een wartelloodje van 15 gram op 30 cm van de haak gestopt voor kleine wonderen kan zorgen. Mits er niet teveel obstakels zijn natuurlijk. Bovendien vist ’t heerlijk en gooi je nooit knopen. Ik verkies dat dan ook boven de moderne stiff-rigs en zware loodgewichten. Als het even kan, leg ik mijn lijnen altijd over de bodem. Liefst door mijn toppen een flink eind onder water te steken, want hedendaagse karpers hebben een gruwelijke hekel aan lijnen (en ik houd niet zo van toploodjes). Naar mijn idee is het allerbelangrijkste / meest onderschatte aspect in de karpervisserij je voertactiek. En dan heb ik het vooral over het voeren tijdens het vissen. In onze karpervisserij zaten we al op dat spoor maar twee jaar redelijk fanatiek vissen met de matchhengel hebben het voor mij in versneld tempo overduidelijk gemaakt: goed voeren kan het verschil maken tussen niks vangen of een wereldsessie! Zonder nu te pretenderen dat ik de wijsheid in pacht heb, wil ik je het volgende ter overdenking meegeven. Onze vismethoden zijn behoorlijk doorzichtig. Ik bedoel, heel veel vissen – gedresseerd of niet – vertrouwen de zaak gewoon niet. Weigeren het aas, of spugen het uit zonder dat we iets merken. Vergis je niet, dat geldt voor bijna álle visserijen! Vooraf voeren kan de dingen voor ons aanmerkelijk verbeteren, maar het állerbeste dat we als vissers kunnen hebben, is een zekere mate van voedselnijd. Een individuele vis kan behoorlijk lastig te pakken zijn, zelfs als-ie aast, maar een paar vissen die elkaar een beetje opjutten, dat gaat stukken gemakkelijker. Dat geldt voor bijna alle visserijen, en zeker ook voor karper. Bij het matchen op grote brasem, voorn en zeelt heb ik geleerd dat alles staat of valt met het creëren van voedselnijd door een goede voertactiek. Voer je tijdens het vissen niks bij, dan valt de boel gegarandeerd stil. En kun je zelfs uren wachten zonder dat er meer iets gebeurt. Je voer hoeft dan niet op te zijn, maar de vissen azen gewoon niet meer en beginnen pas weer als je iets bijvoert. In een aquarium zie je dat ook: vissen vreten lang niet altijd alles op, maar zodra je iets bijvoert, beginnen ze weer te vreten. Constant bijvoeren is dus essentieel bij die matchvisserij. De beste combinatie? Een dag, of desnoods twee uur van te voren wat voeren, vis even rustig laten vreten, en dan vissen en constant kleine beetjes bijvoeren. Is dat nu anders bij karper? Ik denk ’t absoluut niet! Wij hebben ontelbare keren een aanbeet gekregen kort nadat we weer een paar boilies hadden bijgeschoten, ook al hadden we daarvoor geen beet gehad. Vis ik nu op karper, dan voer ik liefst ieder kwartier of half uur een klein beetje. Dat kunnen een paar boilies of een cupje tijgernoten zijn, maar er gaat constant wat voer in. Of ik nu beet krijg of niet. Ik waak er wel voor dat er geen berg komt te liggen, als er immers pas na een halve dag een vis op komt wil ik niet met een speld in een hooiberg zitten. Aan de andere kant: dikwijls aast er wel degelijk vis op onze plek maar haken we ze gewoon niet. De vissen vreten ons voer grotendeels of geheel weg, spugen het aas een keer uit en zijn vertrokken. Daar zit je met een single hookbait, of een klein beetje voer waarop die vissen niet meer terugkomen. Nu pas, door die matchvisserij, realiseer ik me hoe vaak ik vroeger op een absoluut ‘dooie’ voerstek heb zitten vissen! Ik had gewoon wat moeten bijvoeren, maar ik had geen beet gezien en dacht dus dat ik nog wat geduld moest hebben... 
| Water met serieuze vissen... |
Nu begrijp ik best dat dit alles op dun bezet water iets anders kan liggen. Er zou een aantal dagen geen karper op je plek kunnen komen en dan kun je moeilijk ieder kwartier wat bijvoeren. Akkoord, maar bedenk wel dat ook (juist!) op die mega-harde wateren vaak je voer wordt weggevreten en je op een gegeven moment met een single hookbait zit, en bedenk ook dat er véél vaker dan de meesten denken wel degelijk vis op je plek komt. Ga maar eens na hoe snel en veel er op sommige van die zogenaamde extreem moeilijke wateren gevangen werd door de mensen die er jaren geleden als eerste zaten. Waar je nu blij bent met vijf beten in een seizoen, kregen de vissers 15 jaar terug vijf beten op een dag. Denk je dat die zelfde vissen nu dagenlang op een plek blijven en niet meer zo rondzwemmen als toen? Vergeet het maar! Soms vreten ze zelfs je voer weg sneller dan je ooit voor mogelijk had gehouden… ’s Nachts ligt dit natuurlijk allemaal iets lastiger. Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik al een paar jaar niet meer aan de waterkant overnacht heb. Maar toen ik dat nog wel deed, pleegde ik ook dan te proberen een paar keer per nacht wat bij te voeren. Nog een reden waarom ik zo’n hekel aan vissen buiten werpbereik heb!
| Fraaie vis in hondenweer... |
Gebruik je vooral boilies of heb je meer vertrouwen in partikels, of beide? En waar let je op wat betreft aas, zoals bijv. homemade boilies, readymades, vismeel/zoet en de verschillende grootte etc.? Tegenwoordig ga ik niet zozeer meer voor zo zwaar mogelijke vissen. Liever heb ik gewoon wat actie, en dat mag ook kleinere vis zijn. Verder vis ik alleen nog overdag, althans, ik ga niet meer liggen slapen, en ik vis altijd binnen werpbereik, dus met een enkele witvis tussendoor heb ik geen moeite. Die uitgangspunten maken dat ik vaak met partikels vis. Tijgernoten zijn favoriet, en meestal maal ik ze in grove stukken met de keukenmachine en vis ik met een of twee brokjes noot. Voeren doe ik met die gehakte pulp, en moet ’t iets verder weg dan maak ik er met paneermeel losse balletjes van die ik met een pult met een hard plastic cup wegschiet. Verder gebruik ik vaak gebroken duivenvoer (veel stukjes mais en tarwe) met een flinke portie hennep erdoorheen, en een beetje blikmais. Met dat laatste vis ik dan ook. Op sommige wateren is deze combinatie nog altijd erg goed. Vis ik met boilies, dan zijn dat altijd zelfgemaakte en meestal blokken. Ik kook dan eerst een aantal blokken deeg van baksteenformaat in afzonderlijke plastic zakken en snijd er vervolgens blokken en blokjes van. Door de kruimige randjes heb je met name bij hogere watertemperatuur wel eens wat last van witvis maar de sterkere uitwaseming is ook voor karper een voordeel. Alleen als ik wat verder uit de kant moet, maak ik ballen. Formaat blokken of ballen is als het vistechnisch kan klein. Klein aas is naar mijn mening altijd beter dan groot. Groot aas kan natuurlijk wél selectief op het formaat vis werken (niet door de afmeting denk ik, maar dat is een ander verhaal) maar zoals gezegd wil ik gewoon vangen. De mix is al jaren een koolhydraatrijke (gries, paneer, maismeel, koekmeel en zo) met 15% vismeel. Verdere toevoeging hangt af van de situatie. Weinig vissers (waar vind je dat nog?) dan véél synthetische flavour en sweetener, anders vaak veel sweetener en melasse. Ik geloof vast dat je met vrije aminozuren ook veel kunt bereiken op het gebied van vis lokken maar dan moet je werken met hoge concentraties. Kon ik ze gratis krijgen dan zou ik daar zéker mee werken. Het is niet eenvoudig en een beetje ‘hit and miss’ maar ik denk dat amino’s de beste vislokkers zijn die je kunt krijgen. Als goede tweede ga ik dan maar voor suikers. Overigens vries ik mijn overgehouden boilies altijd direct na een sessie weer in. Ik ben ervan overtuigd dat een aantal malen invriezen en ontdooien de boilies een stuk attractiever maakt. Voor vismeelboilies gaat dat geloof ik minder op, maar voor koolhydraat en melkeiwitten zeker wel. Ik denk dat dat komt doordat je een deel van de eiwit- en koolhydraatmoleculen stukvriest en daarmee afbreekt tot respectievelijk aminozuren en suikers. Kijk maar naar een aardappel, die na het invriezen en ontdooien ineens zoet smaakt. Een beetje voorverteren dus, maar dan mechanisch i.p.v. met enzymen. Ook superbelangrijk, kijk maar eens naar de wedstrijdvissers: verse ingrediënten!
| Kille noordwester, toch zomaar zes vissen op ondiep water met tijgernoten... |
Hoe pak je een (nieuw) water aan (technische aanpak zoals observeren, bodemstructuur etc.) en welke voermethode volg je? Ik zal niet zeggen dat peilen, bodemonderzoek en observeren onbelangrijk is, maar de laatste jaren probeer ik niet al te lang meer te beredeneren waar vis zou moeten zitten maar bevis ik gewoon een aantal stekken. Het grootste deel van het jaar kun je karpers op de meest uiteenlopende dieptes vinden en daarnaast heb ik ze vaak zat op plekken gevonden waarvan ik niet gedacht had er te vangen. Verder heb ik ook vaak karper gezien op plekken waar ik ze niet ving en andersom, vandaar dat ik denk dat een mobiele ‘trial and error’ benadering niet zo gek is. Je leert een water snel kennen en bemerkt bovendien dat er meerdere plekken zijn die op gezette tijden goed vis opleveren. Natuurlijk ga ik niet plompverloren op plekken zitten, ik kijk wel naar wat me goed lijkt, maar als ik enigszins het idee heb dat een plek goed kan zijn dan voer ik wat en waag er een paar uur aan. Vroeger had ik meer de neiging om na dagenlange overwegingen een beperkt aantal stekken heel intensief te bevissen en daardoor heb ik soms andere (op het oog minder) goede stekken gemist. Wat me in dit kader ook te binnen schiet: we zaten eens op een plas die tot 35 meter diep was en hadden beredeneerd dat de vis in april ondiep moest zitten. We vingen inderdaad op drie meter een paar vissen, maar die vissen scheten voer uit van vissers die aan de overkant zaten, op acht meter water! Zo moeilijk deden die vissen dus niet over de ideale diepte. En ook niet onbelangrijk: later ontdekten we dat kale, minder fraaie plekken vaak de grootste exemplaren opleverden! Of in het voorjaar diepere plekken, waar je dan amper iets ving, maar wél die ene dikke vis. Veel stekken proberen dus. Als het even kan, voer ik graag vooraf een of twee keer op een paar plekken. Langer niet, op een goede stek moet dat voldoende zijn. Kan ik niet voorvoeren, dan hecht ik er wel aan om bij aanvang van de visdag op een paar plekken te voeren en die plekken even de tijd te geven voordat ik er mijn aas neergooi. Met tussenpozen van een kwartier of zo voer ik dan nog een paar keer bij voordat ik er ga vissen. Zelfs een uurtje voeren zonder vissen kan al vissen over de streep helpen die je nooit had gevangen als je er direct je aas achteraan gegooid had. | | 
| Ik ga voor actie... |
Hoe ziet je huidige visserij uit en wat voor wateren bevis je? Zoals Roelof al zei, vis ik lang niet zo fanatiek meer op karper als voorheen. Er zijn zóveel gave takken van sportvisserij dat ik me niet meer wil beperken tot één ervan. Hoewel karper me altijd het meest na aan het hart zal blijven. Als een eerste liefde, zeg maar. Bij geen enkele andere visserij, zelfs bij niets anders in mijn hele leven, heb ik ooit de hevige emoties, de enorme euforie of gigantische teleurstelling gevoeld die ik in het karpervissen heb meegemaakt. Dat zal ook te maken hebben gehad met het andere perspectief waarin ik toen de dingen zag, het pas later oprukkende relativeringsvermogen, maar toch: geen andere vis kan tippen aan karper.

| Heerlijk rust in Flevoland... |
Wat doe ik tegenwoordig? Als ik op karper vis, is dat overdag en ga ik niet specifiek voor een bak. Ik vis nog wel eens op cultuurwater of in de polder, meestal toch wel op bekend water en vaak op water waar ik licht kan vissen. 1 ¾ stokken, 24/00. Lichte loodjes, soms een pennetje. Met dat lichte spul vang je gewoon stukken sneller. Zoals gezegd vis ik tegenwoordig ook vaak met de matchhengel. Meestal op grote brasem, voorn en zeelt, maar ook wel op kleine karper op cultuurwater. Karper blijft nu eenmaal trekken! Ook daarbij zie ik weer dat dunne lijnen en kleine haakjes een onvoorstelbaar verschil maken! Het moet natuurlijk wel kunnen (ik heb een hekel aan lange drils) maar in de winter op schoon cultuurwater met niet té zware vissen kun je met 16/00 nog aardig wat doen hoor. Knoop daar een haakje 16 aan en een scherp uitgelode (match)pen en verbaas je hoeveel méér goede karperaanbeten je krijgt dan met standaard karpermateriaal! Pas geleden heb ik nog een ochtend met oude vismaat Arthur zitten matchen op een weliswaar gemakkelijk water, maar toch, we hadden bijna 40 visjes tot 60 centimeter in 6 uur vissen! Probeer dat op hetzelfde water maar eens met een ‘normale’ karperuitrusting. 
| Karper aan de match... |
Naast karper en matchen vis ik graag – Roelof zei het al dus ik geef het maar toe – op paling, af en toe met de vlieg en zo nu en dan op zee (harder, geep, kleine boot).

| Roelof zei het al... |
Wat heb je nog voor plannen in de toekomst? Mocht ik ooit van mijn vrouw afraken (het lijkt me sterk en ik hoop het niet!) dan ga ik misschien wel weer fulltime karperen! Echt plannen heb ik niet, ik vis nu meer voor de voet weg. Kom ik onderweg toevallig een leuk water tegen, dan ga ik er een keer zitten, kijk ik eens naar buiten en zie ik dat het weer perfect is voor een water dat ik ken, dan ga ik daar een middagje heen. Krijg ik serieuze kriebels, dan wil ik er nog wel eens een paar voerdagen tegenaan gooien op een water met serieuze karpers. Aan wie zou jij de pen willen doorgeven en waarom? Ik geef de pen door aan Dave Schoonenberg. Dave vind ik een superkarpervisser en ook nog eens een ontzettend aardige kerel. Hij is enthousiast, gedreven, denkt veel na over zijn visserij en weet in alle hedendaagse drukte toch altijd nog de onbetreden paden te bewandelen. En met mooie resultaten! Een visser met een geheel eigen benadering, en dat waardeer ik zeer. Richard van den bos |