| »Naam: | Roelof Schut | | »Woonplaats: | Muntendam | | »Leeftijd: | 37 | | »School/beroep: | Leidinggevende bij de overheid |
Kun je iets vertellen over hoe en wanneer je met het karpervissen in aanraking bent gekomen. En kun je iets vertellen over die beginperiode? Weer een interview. Hahaha! Het is eigenlijk een beetje overdone. Voor Evert Aalten deed ik in 2001 ook al een interview (www.karpervoer.nl) en in 2004 stond er een uitgebreid interview met mij in Dé Karperwereld nr. 37. Nou ja, nog één keer dan! Eddy’s overtuigingskracht is me fataal geworden...
Mijn eerste karper ving ik 1976. Mijn vader was karpervisser dus ik kreeg het met de paplepel ingegoten. Het was de periode van de deegbal en de drijvende korst. Er werd vooral met de pen gevist en soms met een licht alufolie wakertje. Dat is tot midden jaren 80 zo gebleven. Wat ik me vooral nog kan herinneren is de frustratie als gevolg van brasem- en voornaanbeten. Of de aanbeten die je miste omdat je even moest plassen. In deze periode is echter wel de basis gelegd voor mijn huidige manier van vissen. Je moest veel alerter zijn toenmaals en vooral ook veel rustiger zijn aan de waterkant. Je moest de karpers opzoeken en vaak onder je voeten vandaan vangen. Dit vergde uiterste concentratie en geduld. | | 
| Vroeger... |
Tegenwoordig is het wat dat betreft een stuk gemakkelijker met vastlood, priksystemen, voerboten, elektronische beetmelders, bivvies en stretchers om lekker te kunnen slapen. Maar ik denk echt niet met weemoed terug naar toen. Want het zijn ontwikkelingen die ik uitermate prettig vind namelijk. Ten opzichte van toen is het een stuk efficiënter en effectiever geworden. Ik viste met simpele werphengels en met een Mitchell molen. Als lijn gebruikte Platil in een lijndikte van 20/00. Ik kon enorm twijfelen als ik in de hengelsportzaak stond als ik een lijndikte moest uitzoeken. Ik had geleerd en gelezen dat een karper een voorzichtige vis was die je met een zo subtiel mogelijke aaspresentatie moest zien te verleiden. Nylon met een dikte van 22/00 vind ik eigenlijk al te dik. Heel erg lachwekkend als je het plaatst in de huidige tijd. Maar toen was het een serieuze gedachte. De vissen die ik ving waren meestal rond de 8 tot 12 pond. Wegen deed ik de vissen niet. Dat was in die tijd nog niet echt gemeengoed. De lengte van de vis was veel interessanter. Mijn vissen waren vaak rond de 65 centimeter. Mijn eerste vis van boven de 70 centimeter kan ik me ook nog goed herinneren. Het was een dunne schub, gevangen op de korst. Een topvis voor mij op dat moment. 
| 10 jaar geleden op het Amsterdam-Rijnkanaal |
In de tweede helft van de jaren 80 ben ik, onder invloed van diverse publicaties, gaan vissen met boilies en zelfhaaksystemen. Vanaf dat moment schoten de aantallen en de gewichten die ik ving de lucht in. Onvoorstelbaar wat ik toen ving in vergelijking met de jaren daarvoor. Ik was de eerste in mijn omgeving die deze technieken toepaste (inclusief het aanleggen van een voerstek) en alle lokale wateren lagen aan mijn voeten. Heerlijke momenten waren dat. Vanaf het begin van de jaren 90 kwam de karpervisserij in een enorme ontwikkeling terecht met als gevolg dat er ook veel, heel veel meer, karpervissers kwamen. Toen had ik het wel even moeilijk. Ik was gewend om rustig aan de waterkant te kunnen zitten, in ieder geval als enige karpervisser. Vanaf dat moment was er sprake van collega vissers. Hoeveel waarde hecht je aan rigsystemen en kun je ons vertellen met wat voor rigs en systeems je zowel vist? Ik ben iemand die de tactiek boven de techniek stelt. Waarbij ik echter wel zorg dat ik een onderlijn heb die goed prikt en houdt. Een groot gedeelte van het huidige scala aan rigs heb ik echter wel geprobeerd in de loop der jaren. Vaak moet je dingen namelijk geprobeerd hebben om er iets zinnigs over te kunnen zeggen. De huidige praktijk is echter dat ik altijd vis met een gevlochten onderlijn en een haak met line-aligner of iets wat daar op lijkt. Dit geldt voor zowel maagdelijke als zwaar beviste wateren. Want door op de juiste manier te voeren met een goed aas kun je veel meer bereiken dan door het gebruik van een zgn. superrig. Er zijn situaties denkbaar waarin ik niet bij machte ben om mijn tactisch spel te spelen. Dan zou ik mijn rig aanpassen aan de situatie. Echter, deze situatie heeft zich in mijn praktijk nog niet voorgedaan. En dat hou ik het liefste ook zo. In z’n algemeenheid zou je kunnen zeggen dat de rig bij het instant vissen belangrijker is dan in een situatie waarin je kunt voorvoeren. Analyseer de laatste onderwater-dvd’s van Korda en Beet maar eens goed. Hier zie je goed wat voor gedrag de karpers vertonen als je ze confronteert met een bepaald voerpatroon. Vermeldingswaardig in dit kader is dat de zgn. onvangbare Houdini-vis uit de dvd van Beet al drie keer is gevangen door Gerrit Ritmeester. Hoezo onvangbaar? Ik vis dus eigenlijk altijd al met een soepele onderlijn van ongeveer 15-20 cm. Sommige dingen veranderen blijkbaar nooit bij mij. De hele hype rondom de onderlijnen heb ik ook langs me heen laten glijden. Ik moet wel bekennen dat ik een hele korte periode met de stiff rig heb gevist. Sinds 3 jaar gebruik ik als onderlijnmateriaal de Armadillo van Fox. Het is iets minder soepel dan de meeste andere gevlochten braids en raakt derhalve minder snel in de knoop. Bovendien is het schuurbestendiger. De hair knoop ik gewoon door. Het hele scala haken is ook door mij gebruikt. De WS van Partridge, De Drennan (Continental) Boiliehook, de Starbaits SB100, SB200 en SB300, Fox Series 1 t/m 5 en zelfs de Series 6 en ga zo maar door. Nu vis ik met de Korda Longshank X haken in de maatjes 4 en 6. Overigens moet je deze haken zoals alle longshank haken en de hiervan afgeleide modellen alleen maar gebruiken als je rustig kunt drillen. Dus niet gebruiken bij obstakels!!!! De haak brengt namelijk flinke schade in de karperbek aan als er harder gedrild moet worden. Als ik iets harder moet drillen gebruik ik al vanaf het begin van de jaren 90 de good old Continental Boiliehook van Drennan in de grotere maten. | | 
| Een greep uit de hakencollectie |
Mijn systeem is een visveilig systeem. Ik gebruik de nieuwe safety loodclips van Fox in combinatie met tubing. De tubing is zeer belangrijk omdat het tijdens de dril het insnijden van hoofdlijn in de borstvin of in de schubben voorkomt. De tubing werk ik af met een loodje zodat het mooi plat op de bodem ligt. Eigenlijk is mijn systeem heel erg basic. Het enige afwijkende is wellicht het door mij gebruikte loodgewicht. Al in het begin van de negentiger jaren viste ik al loodgewichten tot 250 gram, omdat ik er toen al van overtuigd was dat een zwaarder loodgewicht de haak sneller en dieper laat penetreren. In enkele specifieke omstandigheden had ik dat zware lood gewoon nodig. Het was de tijd dat de zwaarste tubeloden (wie kent ze nog?) 90 gram zwaar waren en dat was veel te licht voor mijn doel. Derhalve haalde ik mijn lood op de zeevisafdeling. Het waren de zgn. ankerloden waar ik de ankers van verwijderde met een ijzerzaag. Vervolgens bevestigde ik dat lood met tape op een stukje harde tube en had ik ‘inline’ loden in gewichten van 125 tot 250 gram. Tegenwoordig zijn er ook al speciale karperloden in deze gewichten in de handel. Korda heeft 280 grammers uitgebracht en Fox komt dit jaar ook met loden van 225 gram als ik het goed heb. Het gebruik van zwaar lood is nogal aan wat risico’s verbonden dus als je het gebruikt, gebruik het dan in combinatie met een systeem dat waarborgt dat in geval van lijnbreuk de vis te allen tijde bevrijd wordt van het lood! Grijp echter niet zonder meer naar deze grote loodgewichten. Slechts in specifieke omstandigheden bewijzen ze hun meerwaarde namelijk. Gebruik je vooral boilies of heb je meer vertrouwen in partikels, of beide? En waar let je op wat betreft aas, zoals bijv. homemade boilies, readymades, vismeel/zoet en de verschillende grootte etc.? Ik ben de laatste jaren nagenoeg volledig overgestapt op boilies. Er is geen ander aas wat zo flexibel is in samenstelling als een boilie. Je kunt met een boilie bijna altijd goed wegkomen. Slechts incidenteel op het juiste moment wil ik nog wel eens duchtig strooien met hennep en tijgernoten. Ondanks dat ik gesponsord wordt en derhalve de beschikking heb over een zeer breed scala aan ready mades maak ik mijn boilies zelf. Ook mijn mixen stel ik zelf samen met behulp van de ingrediënten die Sensas/Starbaits mij ter beschikking stelt. De reden is dat ik er heilig van overtuigd ben dat een goede (!) zelfgemaakt boilie per definitie beter is dan een ready made. Zelfs enkele gerenommeerde merken freezerbaits moeten het toch afleggen tegen mijn eigen product. Dat deze uitspraak tot discussie leidt is evident, maar het is mijn ervaring op basis van jarenlang karpervissen. Bovendien is het vertrouwen in mijn eigen boilie torenhoog. En daarmee ben je aangeland bij het belangrijkste ingrediënt uit een boilie. Vertrouwen! | | 
| Zelfgemaakte boilies hebben mijn voorkeur. Let op de mooie gele Albatros tas uit de 80-er jaren! |
Welke droge ingrediënten ik precies gebruik laat ik in het midden. De 1-3-5 mix, zoals ik mijn basismix noem, heeft al genoeg stof doen opwaaien in het land. Alsof ik met een toverbal zou vissen, hahaha. Het is gewoon een hele goede boilie die mits goed ingezet garant staat voor flink wat extra vissen in je landingsnet. Ook André Akkermans en Herwin Kwint vissen inmiddels met ‘mijn’ boilie. Qua attractors ben ik totally hooked aan ‘natuurlijke’ vloeistoffen die vrije aminozuren bevatten. Zelf gebruik ik o.a. Attractant Naturel, maar er zijn ook genoeg andere vergelijkbare producten op de markt. Het gebruik van diverse chemische toevoegingen/flavours probeer ik altijd te voorkomen. Waar ik rekening mee hou bij het samenstellen van mijn boilie is enerzijds het metabolisme van de karper (watertemperatuur, dus de voedingswaarde) en anderzijds de attractiviteit van mijn combinatie (!) van zowel de droge als vloeibare ingrediënten. De grootte van mijn boilie staat ook vaak in het teken van het doel wat ik nastreef. Maar normaliter is het een 18 of 20mm boilie. Hoe pak je een (nieuw) water aan (technische aanpak zoals observeren, bodemstructuur etc.) en welke voermethode volg je? Het is te complex om dat eventjes te verwoorden in dit interview. Mijn aanpak is echter gebaseerd op de gedachte dat alles zo simpel mogelijk moet zijn en dat ik altijd op zoek ben naar centraal gelegen stekken om zodoende zo veel mogelijk vissen aan te spreken. Op ieder water redeneer ik vanuit deze gedachte, zowel in binnen- als buitenland. Wat ik heb gedaan is redelijk onorthodox als je het afzet tegen de gangbare tactieken. En dat wil ik graag zo houden. Het heeft nogal wat investering gekost op het gebied van testen, experimenteren, finetuning, maar ook frustratie. Laat mij maar lekker op mijn manier mijn ding doen aan de waterkant. Bovendien is er genoeg geschreven in bladen en boeken over het aanpakken van wateren. Zie mijn manier maar als een vereenvoudiging van alles wat er geschreven is. | | 
| Samen met Herwin Kwint observeren |
Wat ik nog wel kwijt wil is dat je niet moet denken dat ik grote hoeveelheden boilies voer, zoals sommige mensen ten onrechte wel eens denken. Ik zit zelfs vaak nog lager qua voergewicht per dag dan het befaamde voerschema van Evert Aalten. Veel en zwaar voeren heb ik tot eind jaren 90 wel vaak gedaan. Maar uiteindelijk leverde het niet op wat je er van verwachtte. Veel voeren is over het algemeen totaal niet nodig durf ik te stellen. Ook niet om aantallen te kunnen maken. De juiste tactiek op het juiste moment in combinatie met een goed aas levert veel meer (grote) vis op. Hoe ziet je huidige visserij uit en wat voor wateren bevis je? 
| Halverwege de jaren 90 een uitstapje naar het bootvissen. Het bleek niet mijn pakkie an |
De laatst paar jaar geef ik weer volgas op kanalen, net zoals ik dat vroeger deed. Wat dat betreft is de cirkel wederom rond. Ik heb echter een flink aantal afgesloten (circuit)wateren bevist de afgelopen jaren. Het bestand aan karper was dermate interessant geworden dat ik me een aantal jaren volledig op deze wateren heb toegelegd. Het resultaat waren sessies met soms heel veel karpers en soms hele grote karpers. Uiteindelijk werd ik een beetje moe van de afgunst en jaloezie waar ik mee geconfronteerd werd. Om maar te zwijgen van de roddels die dan in de wereld geholpen worden. Als je goed en groot vangt maak je nu eenmaal geen vrienden blijkbaar. Ook werd de visserij voorspelbaar. Het bestand was bekend of werd dat vrij snel dus je wist wat je kon vangen. De mooie momenten waren vooral die keren dat ik onbekende grote vissen ving van zo’n water. Alhoewel het vangen van die gewilde targetvis ook heel bevredigend en emotioneel kan zijn. De grote watercomplexen bieden nog altijd de verassingen waar je als karpervisser zo vaak over droomt. Het is het onberekenbare, het onvoorspelbare en ook de vereiste volharding die het vissen op dit watertype zo boeiend maakt. 
| Najaarsvis van het kanaal |
Wat heb je nog voor plannen in de toekomst? Mijn grootste doel is plezier blijven beleven aan mijn visserij. Vissen is voor mij ontspanning en dat moet zo blijven. Ik laat me dus niet gek maken door wat anderen vangen en zo. De gewichtenrace is niet aan mij besteed. Natuurlijk wil ik graag groot vangen, absoluut. Maar niet ten koste van alles en al helemaal niet om binnen de scène een bepaalde status af te dwingen. Dag, doei en de mazzel zeg ik dan. Wat nu een trend is, is het vangen van hele grote gestolen vissen (laat ik de knuppel nog maar eens in het hoenderhok gooien) op privé-wateren. Een aantal wateren in Frankrijk zijn op dit moment weer eens ‘hot’ vanwege het bestand aan hele grote karpers die onttrokken zijn aan andere wateren. Hoe moet je anders je 60-ponder vangen? Jaja, inmiddels moet je karpers vangen boven de 60 pond om echt indruk te kunnen maken in het bekrompen karperwereldje. Dus dan maakt het voor sommige mensen ook niet meer uit waar deze vissen vandaan komen, zolang ze er maar rondzwemmen. Status boven geweten, kilo’s boven verantwoordelijkheidsgevoel, zo hangt de vlag er nu bij. Kijk, en daar zakt mij de broek dus van af. Door willens en wetens op gestolen karpers te gaan vissen hou je deze immorele praktijken in stand. Ach, het gewicht van de karper doet je alles vergeten. Nietwaar? En wat maakt het uit. Volgens de Franse wetgever is het niet verboden om karpers mee te nemen. Keep it real wordt er geschreeuwd door vooraanstaande vissers. Inderdaad, in hun eigen achtertuin. Maar als het de ver van mijn bed show is maakt het opeens allemaal geen ruk meer uit. En waarom denk je dat er op websites van bepaalde wateren geen foto’s staan van de grote karpers? Het zou maar gebeuren dat iemand die vis herkent als oorspronkelijke bewoner van zijn thuiswater. Tja, dat zou een pijnlijke zaak zijn. Verdomme, zijn er nog mensen met principes binnen de karperwereld? Tuurlijk wel, de mannen van het principe van wie het grootst vangt wie het grootste applaus ontvangt. Amen zei Roelof en hij huilde. Tot zover de preek en terug on-topic. Op welke wateren ik de komende jaren terecht kom zie ik vanzelf. Ik hou er eigenlijk niet van om te veel plannen te maken. Hierdoor heb ik geen of te weinig ruimte om op basis van mijn gevoel te kunnen vissen. Het onderdrukt het impulsieve in mij waardoor ik beperkt wordt in mijn doen en laten. Ik moet vrij zijn. Dus waar ik ga vissen in de toekomst is onbekend. En dat is eigenlijk wel zo leuk. | | 
| Veel plezier tijdens een visweekend |
Aan wie zou jij de pen willen doorgeven en waarom? Ik draag de pen over aan Richard van den Bos. Richard heb ik lang geleden bij de KSN leren kennen en ik heb nog met hem in het landelijk bestuur gezeten. Hij was iemand die nooit echt op de voorgrond trad maar wel een hele grote bijdrage leverde. Ik noemde hem altijd de stille kracht van de KSN. Onze discussies over de vernieuwende beleidskoers van de KSN waren heftig maar vruchtbaar. De befaamde nacht bij Ferry de Vries thuis, nu al weer 5 jaar geleden, ben ik nooit vergeten. Tot diep in de nacht hebben we met ons drieën gediscussieerd over de toekomst van de KSN en dat terwijl we de volgende dag vroeg op moesten. Want dat was de dag van de begrafenis van Hans Groenewoud, onze KSN-voorzitter. Het was een van de meest moeilijke dagen uit mijn leven. Naast een goede bestuurder is Richard ook een begenadigd karpervisser. Hij was al heel erg vroeg vernieuwend bezig en zijn vangsten spraken toen al boekdelen. Nog altijd staat zijn grote kanaalspiegel op mijn netvlies gebrand. Zijn analyserend en relativerend vermogen is heel erg groot en hij weet zaken altijd terug te brengen naar de kern van de zaak. Lees zijn artikelen in Hét Visblad en Dé Karperwereld er maar eens op na. En ondanks dat drs. Richard de laatste jaren niet meer zo frequent op karper vist maar zich met name geprofileerd heeft als expert op het gebied van palingvissen (echt waar!), weet ik zeker dat hij iets interessants te vertellen heeft. Groet, Roelof |