| »Naam: | Ruud Visser | | »Woonplaats: | Amsterdam | | »Leeftijd: | 23 jaar | | »Opleiding/beroep: | Beginnend ondernemer |
Kun je iets vertellen over hoe en wanneer je met het karpervissen in aanraking bent gekomen. En kun je iets vertellen over die beginperiode? Zoals velen fanatieke vissers waren we allemaal als kleine schooiers dagelijks langs de waterkant te vinden, net zoals ik. Het voordeel wilde dat ons huis op een steenworp afstand ligt van een slotenstelsel met een uniek bestand aan vis. Super mooie karpers, snoeken, zeelt, baars noem maar op. Ook paling beviste ik als jochie regelmatig. Stropen om ze daarna weer terug te zetten, gewoon voor de fun en de spanning. Ben nog regelmatig langs dit water te vinden daar de karpers van zo een pracht zijn dat ik het moeilijk links kan laten liggen. De oude gewoontes bieden geen garantie voor de toekomst maar met ervaring zijn er wel stukken minder uren nodig om succesvol te zijn. Pieken... Ook hadden mijn ouders een tuinhuisje op een tuincomplex zoals je die wel meer rondom de grote steden kunt vinden. Een tuincomplex in de polder rondom Amsterdam. Water dus! In de ondiepe baggersloten zwemt een bestand witvis waar een reiger misselijk van wordt! Ontelbare kikkers, salamanders en bij het tuinhuisje een vijver met goudvissen erin. Een walhalla! Ook was zo’n omgeving een ideale plek om als kind mijn eerste stappen te zetten langs de waterkant. Elke zomer was ik hier dan ook in het begin van mijn leven een aantal jaar te vinden om te ravotten en vis te vangen. De spacykuipen gevuld met wier, (natuurlijk) water en kuit stonden steevast in de tuin. Een opblaasbaar zwembadje gevuld met de dikste kikkers en af en toe een goudvis aan het haakje van het telescoop stokje. Heerlijke tijd en een basis waar ik nu nog wat aan heb. Plezier en jagen. 
| Beestjes waar ik nog steeds een zwak voor heb... |
Mijn vader nam mijn broer en mij wel eens mee naar een plas (de oude tuin) met een giga bestand aan karper. Vissend met de pen en een hengel met een blokje roomkaas in combinatie met een 3 grams loodje waren m’n broer en ik uren en uren zoet. Hier werden dan ook mijn eerste karpers gevangen al struinend en op een statische manier, op een leeftijd van rond de 5 jaar oud. Mijn broer is 5 jaar ouder en die vond het tot zijn 15de levensjaar ook geweldig om te vissen alleen koos hij op een gegeven moment voor poesjes in plaats van de karpers... In de Javastraat in Amsterdam Oost zat (en zit nog steeds trouwens) een viswinkel waar we wel eens kwamen om de loodjes, haakjes en dergelijke te halen. Daar stond toen een boek die mijn broer voor zijn 11de verjaardag kreeg; het in 1990 verschenen; Het Grote Karperboek van Rini Groothuis. Uiteindelijk bleek ik meer aan dat boek te hebben dan mijn broer en een ‘specialist’ werd geboren op een leeftijd van 6 jaar. Een jaar later, als mijn vader ons meenam naar “ de oude tuin “, kon hij steevast een plattegrond voor zijn slaapkamer deur vinden die ik voor het slapen gaan maakte. Een plattegrond met de stekkeuze, het aas wat gebruikt moest worden, waar die ‘ouwe’ kwam te zitten, m’n broer en ik. Mijn interesse was zo groot in het vissen op karper dat ik er nu nog steeds elke dag mee bezig ben. Het grote karperboek van Rini staat inmiddels ook niet meer alleen op de plank. Al de magazines, boeken en tijdschriften die in de Nederlandse taal zijn verschenen doen de boekenplanken in m’n kamer stevig doorbuigen en de planken hebben op dit moment dan ook meer weg van een boemerang... In mijn jongere jaren moest ik het meer hebben van de uurtjes met licht. Lastig volk die bezorgde moeders! Één van de effectiefste methodes overdag is dan ook de mobiele aanpak; het struinen. Het struinen deed ik vaker door de oppervlakte af te speuren, dan met de pen simpelweg diverse interessante plekjes af te vissen. Ik was dan ook dagen lang alle lelievelden die binnen het bereik van het huis lagen af te vissen. Naast de vijver zat ik zomers bijna elke woensdagmiddag lekker in de zon van m’n vrije middag te genieten om te wachten dat de zon recht voor me verscheen. Dit was om 3 uur in de middag en de tijd om met de spulletjes naar de waterkant te lopen. 3 uur was de tijd om een rietkraagje vol in de warme zon te zetten. De blauwruggen verplaatste zich dan van een niet bereikbare visplek naar dat rietkraagje. Op mijn 11de levensjaar resulteerde dit ook in mijn eerste vis boven de 30 pond (32 pond schubkarper) aan de Good Old Broodkorst. 
| De mobiele aanpak was me al jong op de borst geschreven. Een mooie lederkarper de klos op een broodkost! |
Hoeveel waarde hecht je aan rigsystemen en kun je ons vertellen met wat voor rigs en systemen je zowel vist? Een belangrijke schakel in het geheel. Of dit nu voor de visserij op de bodem of aan de oppervlakte is, het blijft belangrijk en effectief(!) om te weten, of er in ieder geval achter proberen te komen, waarom iets vangt of waarom juist niet. Uiteindelijk wil je, je uurtjes langs de waterkant, toch zo succesvol als mogelijk benutten. Om het wat overzichtelijker voor jullie te houden plaats ik deze vraag in drie verschillende kopjes. Namelijk de statische-, pen- en de oppervlaktevisserij. Statische visserij: Ook deze manier van vissen deel ik weer in tweeën daar er een groot verschil is, alleen al bijvoorbeeld in de instant visserij of een visserij waar een stek wordt voorbereid doormiddel van ‘veilig’ voer voor de karpers. Daarbij heb je natuurlijk ook nog het verschil van de diverse factoren van waarin gevist gaat worden zoals je zelf al gedeeltelijk aangeeft bij vraag 4; * Op wat voor bodemsoort biedt je je montage aan? Veen, zand, blubber of bijvoorbeeld klei. * Bevis je een water met enorm veel andere vissers of zijn het juist vissen die weinig tot niet met andere vissers in aanraking komen. Een paar kleine factoren van de oneindige puzzel om je haak, rigmateriaal, hoofdlijn en het loodje op aan te passen. Instantvisserij; Voor de visserij waar het meestal in een nachtje en dagje moet gebeuren bevis ik graag een water wat ik al wat beter ken. Het is belangrijk om al eventuele trekroutes te weten of te weten waar vissen zich ophouden. Zoals al geloof ik 100.000 keer eerder in teksten van mede vissers is verschenen, is het belangrijk om op de juiste plek je montage aan te bieden. Je montage kan nog zo triggy, zwiggy, biggy in elkaar zitten maar als je het aanbied op een plek waar alleen een zonnebaarsje langs komt zwemmen dan kan je nog geen tentharing je net intrekken. Heeft de plek voor de instant visserij weinig tot geen obstakels (scherpe talud randen, in het water liggende bomen, lelievelden etc.) en zijn er al jaren andere vissers actief bezig, dan mag ik graag met een dunne hoofdlijn vissen (een lijn van rond de 24/00), een klein longshank haakje (bijv, de fox serie 1 maatje 10) en dit in combinatie met op een blubberbodem een iets langere rig (rond de 20cm) en een wartelloodje van rond de 50 gram welke ik dan schuivend of vast eraan knoop. Bied ik mijn montage aan op een harde bodem dan zal ik er een inlinelood (meestal rond de 140/170 gram) aan mijn lijn bengelen met een korte rig (rond de 5 cm) vaak met een shot on the hook (loodhageltje wat doormiddel van een stukje braid tegen de weerhaak aan rust) om de haak meteen te laten prikken. Zuigen en prikken. 
| Deze beer van Cassien de klos op een korte rig. |
Vissend op een voederplaats; Het geen wat in mijn ogen op een hoop plaatsen door Europa één van de effectiefste manieren is van vissen. De beste rig is in mijn ogen dan ook veilig voer. Karpers blijven gewoonte dieren en de makkelijkste manier is ze in mijn ogen dan ook te geven waar ze om vragen; voer en rust. Toch gelden ook hier weer zoveel factoren om je montage op aan te passen. Voer je verspreid bij; dus laat je de vis steeds enkele meters zwemmen om je rig (aas) op te zuigen of bevis je een compacte voederplek. Hier pas ik dan ook mijn onderlijnlengte op aan. Ook hier geldt weer hetzelfde als de instant visserij met betrekking tot lijndiktes, haak keuzes en loodvormen. 9 van de 10 keer zal mijn rig gemaakt zijn van Pb Yelliwire (bruin) en een pb super strong carp hook maatje 6 of de Owner cutting point maatje 6 of 8. Verder laat ik doormiddel van een rigring (kleinste model van Korda) of een stukje 0,5mm sileconeslang mijn hair van mijn haaksteel komen. Dit om de manier van inhaken te beïnvloeden. De rig maak ik af met een linealiner. 
| De beste rig is in mijn ogen dan ook veilig voer... |
Penvisserij: Vis ik instant met de pen op een cultuurwater dan probeer ik een zo compact als mogelijk een voerplekje te creëren langs bijvoorbeeld een wilgenstruikje, duiker of brugpijler en bevis deze dan staand op m’n haak. Ik houd net zoals met de visserij met lood rekening met factoren. Op veel wateren houdt dat ook met de pen in dat ik een dunnere hoofdlijn dan 99% van de andere vissers inzet. Wordt er echter met warmere temperaturen gevist en op een water met grotere vissen dan zal het materiaal grover worden. Dikkere hoofdlijn ontkom je dan bijna niet aan. Vis ik op bijvoorbeeld een aantal meters uit de kant dan zal je moeten zorgen dat er minimaal een 30 a 50 cm lijn tussen haak en laatste knijploodje op de bodem ligt. Dit om lijnzwemmers en schrikreacties te voorkomen. Bevoer ik een plek dan zal ik ook vaker voor ‘save’ gaan en op overdiepte vissen. Je wilt nou eenmaal niet een vis vals haken als je die al een aantal maal hebt aangevoerd en hem dan op zo’n knullige manier te verneuken. 
| Krakend glasstokje in de winter... | | | 
| Terug met dat beest! |
Oppervlaktevisserij: Weer een geheel andere manier van karpervissen ten opzichten van de visserij op de bodem. Een visserij die ideaal is na een buitenlandse sessie om je weer ‘down to earth’ te brengen met het najagen van andere 20ers dan die in het buitenland centraal staan. Ook deze manier van vissen pak ik zowel instant als op voerplekken aan. Dat zorgt ervoor dat er ook in deze manier van karpers vangen een verschil in je montage zit. Dagje de leliebedden afstruinen; Kies ik vaak voor een hoofdlijn van tussen de 28 en 30/00. Deze vet ik in met vaseline die ik uit de tas van mijn maatje heb gestolen. Wat hij ermee doet in zijn tent wil ik niet aan denken. Denk jullie ook niet? Of zit er toch iemand nu achter zijn scherm te glunderen en te wachten dat ik wat ‘dieper’ op dat onderwerp in zal gaan. Helaas “ouwe”... M’n hoofdlijn vet ik goed in zodat hij mooi aan de oppervlakte blijft liggen tussen de plompenbladeren. Vet je de lijn niet in dan zal hij gaan zinken wat niet bevorderlijk is voor het eindresultaat. Met de korstvisserij tussen lelievelden maak ik gebruik van een klauwhaakje maatje 6 of 4. Dit omdat het gevecht soms eindigt in een touwtrek spelletje. Is de vis niet te houden ga dan niet in de hengel hangen maar laat hem uitrazen (doe je dit niet dan is het zweepje je beste vriend op zo’n dag). Hierna zal op een tactische manier het gevecht plaats gaan vinden. Na de eerste run van de vis zal hij stil vallen en is het voorzichtig lijn winnen. Is de vis op een gegeven moment opnieuw in het leliebed terecht gekomen dan is het voorzichtig en met beleid het touwtrekken begonnen. Als je lijn wint ga dan niet draaien maar loop naar achteren en trek de vis het leliebed door... Voor deze manier van drillen zal ervaring moeten worden opgedaan en ook zo nu en dan een nat pak als de vis niet meewerkt... Vandaar het klauwhaakje dus.... 
| Zo nu en dan een nat pak... | | | 
| Deze werd helaas verspeeld... |
Dagje Tom Poes plekjes afstruinen; Deze voerplekjes (vaak 3) leg ik graag aan in open water zonder al te veel obstakels. Hierdoor zal mijn lijn ook weer een stuk dunner kunnen dan als ik in een leliebed vis. Mijn hoofdlijn zal tussen de 24 en 26/00 zijn. Haakmaatje 8 t/m 10. Fox serie 1 of een Gamakatsu Specialist hook. Verder bevis ik deze voorplekken vaak af met een bellyboot om op plekken te komen waar anderen niet aan de oppervlakte vissen. Dan maak ik graag gebruik van een klein Rotterdammertje (een dobbertje) met mijn haakje 10cm onder de dobber ( het lood schuif ik tegen de onderkant van het dobbertje ) met een dot wormen. Een controller vind ik vaak te lomp vandaar mijn keus in een klein rotterdammertje. Vergeet ook opnieuw niet het potje vaseline (hihi). Een nachtje struinen; Hiervoor maak ik gebruik van een methode die mijn vaste vismaat, Peter Andrae, mij bekent mee heeft gemaakt. Namelijk het galgje. Het galgje stap voor stap: 
| | | 
| | | 
| | | 
| | | 
| | | | | 
| Peter bracht mij een stukje van zijn kennis bij. Hier met een beauty! |
Gebruik je vooral boilies of heb je meer vertrouwen in partikels, of beide? En waar let je op wat betreft aas, zoals bijvoorbeeld de onderscheiding homemade/readymades, vismeel/zoet en de verschillende grootte etc.? Aas is ook alweer een belangrijke schakel in het geheel. De vissen moeten het eten, bij instant vissen het aas meteen tot zich nemen en bij een voercampagne er op terug komen. Ik zal opnieuw het geheel verdelen in kopjes voor de statische-, pen-, en oppervlaktevisserij. In mijn visserij maak ik zowel gebruik van partikels als van bollen. Statische visserij partikels: Instantvisserij; Voor de instant visserij mag ik graag, als het water het toelaat tenminste, graag een partikel mix zo nu en dan gebruiken. Deze mix zal ik 9 van de 10 keer als hoofdbestanddeel uit hennepzaad* laten bestaan. Deze vul ik dan aan met wat pinda’s, chopped nuts en eventueel wat aminol. Vis ik er ook mee aan mijn haak dan houd ik op water met een hoop witvis het zo rustig mogelijk. Een handje voldoet dan op de montage. * Kom ik zo op terug daar dit mijn favoriete partikel soort is... 
| Partikelmix ingezet op een water met wat brasem, vandaar de 20 mm bollen erbij. Inspelen op je eigen gedachten. |
Partikels strooien; Als de water temperatuur het toe laat zal ik dus vooral in de zomermaanden wel eens partikels grof inzetten. Dus echt grof! Een bed van 150/200kg kan waren slachtingen veroorzaken op de wateren rond onze hoofdstad. Er zwemt zo een groot bestand aan goeie vis rond dat er op een gegeven moment vis op komt. Komen ze erop dan zijn 60 tot 100 vissen in 4 dagen eerder regel dan uitzondering maar(!) dit is een tactiek die alleen toegepast kan worden op momenten als de situatie er om vraagt... Ook op rivieren kan zo’n partikelbom tot wervelwinden veroorzaken maar dan zijn het wel vaak de windes en kopvoorns die er dankbaar gebruik van maken. Ook trekken partikels sneller de scholen kleine tot middelmatige karpers van gewicht op de stek. Maar tegenwoordig zitten er op zoveel wateren een bestand van goeie vis en aangezien de meeste big carp hunters zich blind staren op bollen kunnen partikels juist in deze situaties/wateren enorm goed uitpakken. Alleen wel op de korte termijn. Voor de langere termijn toch een iets minder kleine vis aantrekkend aas... Vang graag zo nu en dan een gewichtige karper... 
| Laurant hier in actie met een maïsbom! |
Statische visserij bollen: Instantvisserij; Voor de instant visserij mag ik graag gebruik maken van een mix van 10 tot 24mmers. Hier ook wat gebroken 24mmers bij. Verder vang ik graag een hoop vis dus je zult me vaker instant met een redelijk wateroplosbaar balletje zien zitten. Maar ook hier weer al die verschillende factoren. Het wil ook wel eens voorkomen dat ik instant op een water zit en een single hookbait vis... Gewoon waar de situatie in mijn ogen om vraagt en dat probeer ik dan toe te passen. Bollen strooien; Het meest effectieve aas wat ik gebruik in mijn jacht op karper. En dan vooral voor vissen uit de bovenlaag van de populatie. Ik mag graag gebruik maken van een freezerbait als ik van te voren plekken voorbereid. Op een rivier vaak diameters rond de 30mm, de grotere meren een mix van 20 en 24mmers en op de afgesloten kleinere wateren zal ik graag gebruik maken, net zo als de instant visserij, van een mix van verschillende diameters. Zoet vs. vismeel; Mijn samenstelling van het aas pas ik aan op onder andere de volgende factoren; concurrentie, jaargetijden, witvis, langer termijn of instant bol, soort water (pisputje of het IJsselmeer...) etc. Fluoriserende discoballen; Ik mag graag met een snowman aas presentatie vissen. Die fluo’s zijn gewoon top! In een hoop gevallen maken die balletjes echt het verschil tussen een fluiter en een blank... Bevis vaak genoeg 2 hengels op dezelfde vierkante meter... Favoriete fluo's: - Watersense pineapple - Solar pineapple - Mainline pineapple - Waterlandbaits solution/blackpepper - Dynamite baits squid en octopus | | 
| Na ca. 25 voerbeurten van kleine hoeveelheden in vier dagen, een zinker en snowmen op dezelfde vierkante meter. The muts tells it all! |
Penvisserij: Partikels zijn instant vaak een beter aassoortje dan de hard gekookte deegballen. Aangezien penvissen bij mij meestal (niet altijd!) instant sessies zijn laat ik het penvissen met bollen achterwege in dit stukje tekst. Favoriete aassoorten met de pen zijn: - hennepzaad* (jaja nog even geduld, kom er zo op terug haha) - zoete maïs - zachte kattenbrokjes uit blik - chopped nuts vaak gemixt met wat hele nootjes... - pinda's - wormen - pellets Zoals jullie kunnen lezen pas ik het aas opnieuw aan op het water wat ik bevis. Op een water met een giga bestand ook witvis, en dan vooral grote brasem, is het niet verstandig om de zachte kattenbrokjes te gebruiken. Vis ik een sessie op het IJsselmeer met de pen dan zal ik vaak gewoon een blikje maïs opentrekken... Oppervlaktevisserij: Mijn concurrentie op aasgebied zal met deze manier van vissen nihil zijn. Er zijn maar weinige die voorvoeren. Op de wateren die ik bevis zijn de concurrenten meestal de watervogels en dan vooral de meeuwen en de eenden... Verschrikkelijk irritant zo nu en dan! Hier zal ik vooral in het donker voorvoeren met de volgende aassoorten: - Tom Poes Variantjes - gekookte deegballen met een drijvende factor erin... - hondenbrokken Voor de instant visserij komen er twee aassoorten bij: - brood - wormen* Die ik net onder de oppervlakte vis. Vis ik hem aan de oppervlakte dan spuit ik er lucht in door middel van een injectienaald. Wiet, wiet, wiet en nog eens wiet... zaadjes; Dit aas is één van mijn favorieten aassoorten naast de bollen, fluo’s en de Tom Poes Variantjes. Ik gebruik dit aas zowel voor met de pen als mijn statische visserij. Dit aas vinden ze echt overal lekker. Mijn laatste sessie op Lac de Saint Cassien in het voorjaar van 2006 (mijn 3de sessie was dat) ondersteunde we de bollen met hennepzaad en pellets. Als je hiermee verspreid voert zal je niet geconcentreerd witvis op de plek krijgen. Wel krijg je verspreid over je sector overal voedsel. Hennep houden karpers lang bezig. Hier op een grote veenplas (gemiddeld 2 meter diep) in de buurt van Amsterdam gebruikte ik meestal 2 emmers hennep, en 1 emmer bollen op een strook van 100 meter. Die legde ik aan met twee staafmarkers op de windrichting... Nog 2 stroken en je kan met je maatje een super groot gebied afvissen. De eerst nacht met hennep en de tweede nacht zonder... En voor de dikke vissen (want die vang ik graag zoals jullie al hebben kunnen lezen) één hengel met 5 kilo aas compact op de kop tussen 2 van die voerstroken in... 
| Kort onderlijntje in combinatie met flink wat aas op z'n kop voor de beren... |
Hoe pak je een (nieuw) water aan (technische aanpak zoals observeren, bodemstructuur etc.) en welke voermethode volg je? Of het nu een druk bevist of maagdelijk water is, ik probeer voordat de eerste hengel erin gaat er voor langere tijd rond te hangen. Dit kan soms 2 maanden zijn maar bij sommige wateren ook wel een jaar of 3 dat ik er regelmatig ga wandelen/varen/buurten. Ik moet één worden met het water, anders begin ik er niet aan. Zonder gevoel vang je vaak niet een boel. Verder zal ik hier regelmatig met mijn flippers en snorkel te vinden zijn. Dit samen met een dieptekaart van het water zal je voor weinig verassingen komen te staan. Allemaal onderdelen om een eventuele trekroute of aasplek te lokaliseren. In het voorjaar en de winter zoek ik de plekken op waar de zon het langste op schijnt. Heb je hier mooie ondiepe baaien of rustige oevers op die kant liggen dan observeer ik hier vaak naar hartelust. Het vinden wordt dan makkelijker. Dat is vaak het hele eier eten. Op de vis zitten en de vis dan zo goed mogelijk bevissen. Wat is goed? Vangen of juist die ene ertussen uit hengelen? Ik vind beide visserijen leuk en wissel dit dan ook gewoon af. Op de drukbeviste wateren zal ik vooral op zoek gaan naar de rustige gedeeltes van een water om daar mijn ding te doen. Dit betekent dat ik 9 van de 10 keer met een boot of op een boot vis... Zit je voor een topvis dan kan het ook handig zijn om express de meest bevoerde sector te bevissen van het water. Wel op een andere manier dan de anderen vissers die hier zitten. Om die ‘gasten’ te mijden zal ik op zulke wateren doordeweeks actief zijn in plaats van het weekend. 
| Doordeweeks geniet mijn voorkeur op druk beviste wateren. | | | Voermethodes; Regelmaat en rust zijn de belangrijkste schakels waardoor menig karper de binnenkant van mijn net kust. Op de regelmaat, hoeveelheid en de rust zijn zoveel verschillende mogelijkheden voor handen dat ik het hierbij laat. Hoe ziet je huidige visserij uit en wat voor wateren bevis je? Mijn huidige visserij speelt zich af op de grotere meren/rivieren in Frankrijk. Plekken met rust, mooie karpers wat automatisch enorm veel avontuur met zich meebrengt. Het afgelopen jaar waren dat zo’n 10 sessies over de grens. De rest van de tijd bevis ik in Nederland graag het IJsselmeer, wat grote meren rond de randstad (ben hier opgegroeid, dus het is zeer eenvoudig om met twee korte sessies te pieken) en wat cultuurwatertjes voor het betere struinwerk. Verder heb ik afgelopen jaar wat rustige plassen opgezocht in Nederland. Een nieuwe omgeving en nieuwe jachtgronden. De eerste sessie leverde meteen een Nederlands persoonlijk record voor me op! Soms heb je geluk... Vis vaak in combinatie met mijn boten... Dit omdat een boot in mijn ogen één van de effectiefste hulpmiddelen van het karpervissen is. 
| Met Neeltje da Roet in Zuid-Frankrijk... | | | 
| Met kleine Neeltje da Zodiac in Noord-Frankrijk... |
Wat heb je nog voor plannen in de toekomst? Trouwen, kinderen krijgen, mij iets meer begeven op de paden van de hengelsport branche en het plezier houden welke ik al vanaf mijn 6de in het vissen op karper heb. Aan wie zou jij de pen willen doorgeven en waarom? Peter Andrae… Een visser die niet klaagt maar gewoon vist. Zijn motto is dan ook VISSEN vang je met VISSEN. Daarbij vist hij al jaren en jaren en is een Amsterdamse visser van de oude stempel. Ik leer dagelijks van hem en is iemand die niet echt op voorgrond treed. Zowel met de penhengel als met zijn afstandstokken weet hij bijna elk water naar zijn hand te zetten. Kom op Peet! Schrijven ouwe! Groeten Ruud Visser |